Dutch Legislation

Article 25

in force

The perspective plan

Juvenile Institutions Regulation · Chapter 5 · In force since 2015-01-01

Source
1.

The perspective plan shall be drawn up under the responsibility of the director.

2.

The group leader or mentor of the minor, a teacher, and a behavioral expert shall, in any event, be involved in the drafting and amendment of the perspective plan.

3.

When drafting and amending the perspective plan for juveniles who are residing in the institution under a criminal law title, the institution shall also involve the juvenile probation service or the probation service and the Child Care and Protection Board.

4.

When drafting and amending the perspective plan for juveniles who have been placed in an institution pursuant to Article 6.2.2, paragraph 2, of the Youth Act (Jeugdwet), the institution shall consult with the relevant certified institution.

5.

When drawing up and amending the perspective plan, the institution shall involve the parents or guardian, stepparent or foster parents as much as possible, unless:

a.

to indicate that they do not wish to play a role in this, or;

b.

compelling interests of the minor oppose it.

1.

Het perspectiefplan wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de directeur.

2.

Bij het opstellen en het wijzigen van het perspectiefplan zijn in ieder geval betrokken de groepsleider of mentor van de jeugdige, een leerkracht en een gedragsdeskundige.

3.

Bij het opstellen en wijzigen van het perspectiefplan voor jeugdigen die op strafrechtelijke titel in de inrichting verblijven, betrekt de inrichting tevens de jeugdreclassering dan wel de reclassering en de raad voor de kinderbescherming.

4.

Bij het opstellen en wijzigen van het perspectiefplan voor jeugdigen die op grond van artikel 6.2.2, tweede lid, van de Jeugdwet in een inrichting zijn geplaatst, pleegt de inrichting overleg met de betrokken gecertificeerde instelling.

5.

Bij het opstellen en wijzigen van het perspectiefplan betrekt de inrichting zo veel mogelijk de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, tenzij:

a.

deze te kennen geven hierbij geen rol te willen vervullen, of;

b.

zwaarwegende belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten.