Dutch Legislation

Article 9

in force

The execution of police duties · § Jurisdiction

Police Act 2012 · Chapter 2 · § 2.2 · In force since 2023-01-01

Source
1.

An official instruction for the police and for the Royal Netherlands Marechaussee shall be established by Order in Council.

2.

If a member of the armed forces from any other branch of the armed forces provides assistance pursuant to this Act, the official instructions (ambtsinstructie) shall apply.

3.

The official instructions set out rules for the implementation of Articles 6 and 7.

4.

Further rules shall be laid down by or pursuant to an Order in Council regarding measures to which persons lawfully deprived of their liberty may be subjected with a view to their confinement, insofar as this is necessary in the interest of their safety or the safety of others.

5.

The fourth paragraph shall apply mutatis mutandis to persons who have been placed with the police or the Royal Netherlands Marechaussee for the purpose of receiving assistance.

6.

The officials designated by Our Minister for the transport of persons who have been lawfully deprived of their liberty may exercise the powers referred to in Article 7, paragraphs one, three and four, or take the measures referred to in the fourth paragraph, insofar as this is necessary to prevent the person to be transported from evading the supervision exercised over them. The first sentence applies insofar as the persons who have been lawfully deprived of their liberty are accommodated by the police or the Royal Netherlands Marechaussee.

7.

The recommendation for the order in council, as referred to in the first and fourth paragraphs, shall be made by Our Minister in agreement with Our Minister of Defence insofar as it concerns the Royal Marechaussee.

1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een ambtsinstructie voor de politie en voor de Koninklijke marechaussee vastgesteld.

2.

Indien de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht op grond van deze wet bijstand verleent is de ambtsinstructie van toepassing.

3.

In de ambtsinstructie worden regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 6 en 7.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent maatregelen waaraan rechtens van hun vrijheid beroofde personen met het oog op hun insluiting kunnen worden onderworpen, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van hun veiligheid of de veiligheid van anderen.

5.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op personen die ten behoeve van de hulpverlening aan hen zijn ondergebracht bij de politie of de Koninklijke marechaussee.

6.

De ambtenaren die door Onze Minister zijn aangewezen voor het vervoer van rechtens van hun vrijheid beroofde personen, kunnen de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, uitoefenen, dan wel de maatregelen, bedoeld in het vierde lid, treffen, voor zover dit noodzakelijk is om te voorkomen dat de te vervoeren persoon zich onttrekt aan het op hem uitgeoefende toezicht. De eerste volzin is van toepassing voor zover de rechtens van hun vrijheid beroofde personen zijn ondergebracht bij de politie of de Koninklijke marechaussee.

7.

De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste en het vierde lid, geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie voor zover het de Koninklijke marechaussee betreft.