Article 7
in forceThe execution of police duties · § Jurisdiction
The police officer who has been appointed for the execution of police duties is authorised, in the lawful exercise of his office, to use force or means of restricting liberty when the intended objective justifies this, also in view of the dangers associated with such use, and that objective cannot be achieved in any other manner. The use of force shall, if possible, be preceded by a warning.
The police officer, as referred to in the first paragraph, has access to any place, insofar as this is reasonably necessary for the provision of assistance to those who require it.
The police officer referred to in the first paragraph is authorised to search the clothing of persons and to examine objects that persons carry with them or have in their possession when exercising a power legally conferred upon them or when performing an act in the execution of the police task, if facts or circumstances indicate that there is an imminent danger to their life or safety, or to that of the officer themselves or of third parties, and this search is necessary to avert this danger.
The police officer referred to in the first paragraph is authorised to search the clothing of a person to be transported or detained for the presence of objects that may pose a danger to the safety of the person concerned or to others, and to examine the objects that the person concerned is carrying or has with them for that purpose.
The head of the territorial unit referred to in Article 13, paragraph 1, their deputy, or the police officer charged with the management of the care for detainees, may determine that a person to be detained or a detained person shall be subjected to a body search upon entering or leaving a police cell or a police cell complex, prior to or after a visit, or if this is otherwise necessary in the interest of maintaining order or security in the police station or the cell complex. Article 29, paragraphs 3, 4, and 5, of the Penitentiary Principles Act (Penitentiaire beginselenwet) shall apply mutatis mutandis.
The public prosecutor may determine that a person to be detained or a detained person shall be subjected to a body search, if this is necessary to avert a serious danger to the maintenance of order or safety in the police station or the detention complex, or to the health of the detained person. The body search shall be performed by a physician or, on their instructions, by a nurse. Article 31, paragraph 3, of the Penitentiary Principles Act (Penitentiaire beginselenwet) shall apply mutatis mutandis.
The exercise of the powers referred to in the first to sixth paragraphs inclusive must be reasonable and moderate in proportion to the intended purpose.
Paragraphs one up to and including four shall apply mutatis mutandis to the military personnel of the Royal Netherlands Marechaussee, if they are acting in the lawful performance of their duties, and to the military personnel of any other branch of the armed forces providing assistance pursuant to this Act. Paragraphs five and six shall apply mutatis mutandis if a person is or has been detained by the Royal Netherlands Marechaussee, on the understanding that the decision referred to in the fifth paragraph, first sentence, shall be taken by the commander of the brigade concerned, their deputy, or the military personnel of the Royal Netherlands Marechaussee charged with the care of detainees.
Our Minister may determine that the special investigative officers referred to in Article 142, paragraph 1, of the Code of Criminal Procedure, insofar as designated by him either in person, or by category or unit, may exercise the powers described in the first, third and fourth paragraphs. In that case, an official instruction shall be established for them with corresponding application of Article 9.
De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.
De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is.
De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.
De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.
Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in artikel 13, eerste lid, zijn plaatsvervanger of de ambtenaar van politie, belast met de leiding over de zorg voor ingeslotenen, kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon bij binnenkomst of bij het verlaten van een politiecel of een politiecellencomplex, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Artikel 29, derde, vierde en vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing.
De officier van justitie kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon in het lichaam wordt onderzocht, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex dan wel voor de gezondheid van de ingeslotene. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige. Artikel 31, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing.
De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn.
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de militair van de Koninklijke marechaussee, indien hij optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent. Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een persoon wordt of is ingesloten door de Koninklijke marechaussee, met dien verstande dat de beslissing, bedoeld in het vijfde lid, eerste volzin, wordt genomen door de commandant van de betrokken brigade, zijn plaatsvervanger of de militair van de Koninklijke marechaussee, belast met de zorg voor ingeslotenen.
Onze Minister kan bepalen dat de in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon, hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven in het eerste, derde en vierde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 9 een ambtsinstructie voor hen vastgesteld.