Dutch Legislation

Article 168

in force

Supervision, enforcement and other tasks of the supervisory authority · § Enforcement

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 7 · § 7.4 · In force since 2022-07-07

Source
1.

The supervisor may, for the purpose of supervising compliance with this Act, demand information from any person.

2.

Articles 5:13 and 5:20, first and second paragraph, of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall apply mutatis mutandis.

3.

The supervisor is authorised to apply Article 5:20, paragraph 3, of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) with regard to the claim referred to in the first paragraph.

4.

Insofar as the supervisory authority, for the purpose of exercising conduct of business supervision with respect to pension funds to which the other supervisory authority has granted a license or which has been entered into the register, requires data regarding aspects of the business operations as referred to in Article 143, paragraph 2, parts a and b, the first-mentioned supervisory authority shall not demand information until after the other supervisory authority has been requested to provide such data and it has become apparent that the other supervisory authority is unable to comply with this request.

5.

The fourth paragraph may be deviated from, after consultation with the other supervisor, if there is a reasonable suspicion of a violation of the rules established by or pursuant to this Act and if immediate urgency, in view of the interests involved, so requires.

1.

De toezichthouder kan ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet van een ieder inlichtingen vorderen.

2.

De artikelen 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

De toezichthouder is bevoegd tot toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vordering.

4.

Voorzover de toezichthouder voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van pensioenfondsen waaraan de andere toezichthouder een vergunning heeft verleend of welke in het register is opgenomen, gegevens nodig heeft over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 143, tweede lid, onderdeel a en b, vordert de eerstgenoemde toezichthouder geen inlichtingen, dan nadat de andere toezichthouder is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de andere toezichthouder niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.

5.

Van het vierde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van de regels bij of krachtens deze wet gesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.