Dutch Legislation

Article 150f

in force

Specific regulations during the transition period · § Pension agreement and transition plan

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 6b · § 6b.3 · In force since 2026-01-01

Source
1.

If a pension agreement contains arrangements regarding compensation in the form of the granting of additional pension entitlements, the following conditions shall be met:

a.

the employee is entitled to compensation if compensation has been agreed upon in the pension agreement for the age cohort to which the employee belongs, whereby it is not required that the employee was already employed by the employer at the commencement of the compensation period;

b.

the compensation shall be granted to the employee on a pro rata temporis basis over the compensation period, which commences on the effective date of the amended pension agreement and ends no later than at a time to be determined by administrative order; and

c.

the compensation is funded at the moment that the compensation is unconditionally granted.

2.

In addition to Article 38, paragraph 1, and Article 39, paragraph 1, the pension provider shall, insofar as applicable, provide the participant annually and upon termination of participation with information regarding the compensation period and the potential effects for compensation upon termination of participation and the entering into of a new pension agreement. The pension provider shall also make this information available to the participant on its website.

3.

Paragraph 1 shall apply mutatis mutandis to the former employee who, pursuant to the pension agreement, is entitled to a non-contributory continuation.

4.

The proposal for an order in council to be established pursuant to paragraph 1, subparagraph (b), shall not be made earlier than four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States-General.

1.

Indien een pensioenovereenkomst afspraken bevat over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.

de werknemer heeft recht op compensatie als voor het leeftijdscohort waartoe de werknemer behoort compensatie is overeengekomen in de pensioenovereenkomst, waarbij niet is vereist dat de werknemer bij aanvang van de compensatieperiode reeds werkzaam was bij de werkgever;

b.

de compensatie wordt tijdsevenredig aan de werknemer toegekend over de compensatieperiode, die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde pensioenovereenkomst en uiterlijk eindigt op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip; en

c.

de compensatie is gefinancierd op het moment dat de compensatie onvoorwaardelijk wordt toegekend.

2.

In aanvulling op de artikelen 38, eerste lid, en 39, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder voor zover van toepassing de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over de compensatieperiode en de mogelijke effecten voor compensatie bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe pensioenovereenkomst. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen werknemer die op grond van de pensioenovereenkomst recht heeft op premievrije voortzetting.

4.

De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel b, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.