Dutch Legislation

Article 137

in force

Financial assessment framework regarding pension funds

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 6 · In force since 2023-07-01

Source
1.

To the extent applicable, a pension fund shall establish policy with regard to the conditional granting of supplements.

2.

For a pension fund, the following applies to the conditional granting of supplements:

a.

no indexation shall be granted if the policy coverage ratio is below a level to be determined by governmental decree (algemene maatregel van bestuur);

b.

no more allowance shall be granted than is expected to be realised in the future; and

c.

An incidental grant of supplements to compensate for supplements not granted in the past or for reductions in pension entitlements and pension rights implemented in the past may be granted if such grant of supplements has no consequences for the grant of supplements in the future in accordance with point (b), the policy funding ratio maintains the level of the required own funds as referred to in Article 132, and in any given year no more than one-fifth of the assets available for this grant of supplements is utilised.

3.

The second paragraph is not applicable if:

a.

a pension fund is fully insured with an insurer;

b.

the employer has an unconditional obligation to provide contributions to a pension fund such that this pension fund continuously complies with the requirements set by or pursuant to Article 131 regarding the minimum required own funds, and where there is unconditional indexation for participants in accordance with at least the growth rate of the price index; or

c.

otherwise there are special circumstances to be determined by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur).

4.

Pension funds may finance the conditional granting of supplements by:

a.

the creation of technical provisions

b.

the creation of equity in excess of the required equity for the purpose of granting supplements;

c.

drawing on the own funds in excess of the required own funds for the purpose of granting supplements;

d.

the application of a surcharge on the premium; or

e.

excess return

5.

Further rules shall be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) with respect to this Article.

1.

Voor zover van toepassing stelt een pensioenfonds beleid vast met betrekking tot de voorwaardelijke toeslagverlening.

2.

Voor een pensioenfonds geldt bij de voorwaardelijke toeslagverlening het volgende:

a.

bij een beleidsdekkingsgraad onder een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen niveau wordt geen toeslag verleend;

b.

er wordt niet meer toeslag verleend dan naar verwachting in de toekomst te realiseren is; en

c.

incidentele toeslagverlening om in het verleden niet toegekende toeslag of in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten te compenseren kan worden verleend indien die toeslagverlening geen gevolgen heeft voor de toeslagverlening in de toekomst overeenkomstig onderdeel b, de beleidsdekkingsgraad het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 132, behoudt en in enig jaar ten hoogste een vijfde van het vermogen dat voor deze toeslagverlening beschikbaar is, wordt aangewend.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien:

a.

een pensioenfonds volledig verzekerd is bij een verzekeraar;

b.

de werkgever een onvoorwaardelijke verplichting heeft tot het verstrekken van bijdragen aan een pensioenfonds zodanig dat dit pensioenfonds steeds voldoet aan de bij of krachtens artikel 131 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen en daarbij sprake is van onvoorwaardelijke toeslagverlening voor deelnemers conform minimaal de groeivoet van het prijsindexcijfer; of

c.

anderszins sprake is van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bijzondere omstandigheden.

4.

Pensioenfondsen kunnen de voorwaardelijke toeslagverlening financieren door:

a.

het creëren van technische voorzieningen;

b.

het creëren van eigen vermogen boven het vereist eigen vermogen ten behoeve van de toeslagverlening;

c.

het putten uit het eigen vermogen boven het vereist eigen vermogen ten behoeve van de toeslagverlening;

d.

het hanteren van een opslag op de premie; of

e.

overrendement.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.