Article 123
in forceGeneral provisions regarding pension funds · § Delimitation of tasks
If a corporate pension fund or an industry-wide pension fund administers multiple pension schemes, these pension schemes shall constitute a financial whole, unless Article 150l, paragraph 7, is applied. A general pension fund shall maintain a segregated asset for each collective circle, whereby Article 150l, paragraph 7, may be applied in respect of a collective circle.
The scope of the collective circle, as referred to in the first paragraph, shall be established in the articles of association by means of a description of the pension schemes and a specification of the administration agreements or administration regulations that form part of the collective circle.
The assets of a collective circle constitute a separate fund which, without prejudice to Article 129 and paragraph 5, serves exclusively to satisfy claims arising from:
costs associated with the administration of the pension scheme which, pursuant to the administration agreement or the administration regulations, may be charged to the assets; and
pension entitlements and pension rights of participants, former participants, other persons entitled to entitlements and pensioners in respect of those assets.
If the separated assets are insufficient upon liquidation to satisfy the claims, the assets shall serve to satisfy the claims in the order set forth in the third paragraph.
In the event of a declaration of bankruptcy of a general pension fund, the debts of the estate shall, in accordance with the provisions of the Bankruptcy Act (Faillissementswet), depending on the nature of the debt of the estate concerned, either be apportioned over each part of the estate or be deducted exclusively from a specific asset of the estate.
Indien een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert vormen deze pensioenregelingen financieel een geheel, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 150l, zevende lid. Een algemeen pensioenfonds houdt een afgescheiden vermogen aan voor iedere collectiviteitkring, waarbij ten aanzien van een collectiviteitkring toepassing kan worden gegeven aan artikel 150l, zevende lid.
De werkingssfeer van de collectiviteitkring, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd in de statuten door omschrijving van de pensioenregelingen en vermelding van de uitvoeringsovereenkomsten of uitvoeringsreglementen die onderdeel uitmaken van de collectiviteitkring.
Het vermogen voor een collectiviteitkring is een afgescheiden vermogen dat, onverminderd artikel 129 en het vijfde lid, uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit:
kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling die volgens de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement ten laste kunnen worden gebracht van het vermogen; en
pensioenaanspraken en pensioenrechten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden bij dat vermogen.
Indien het afgescheiden vermogen bij vereffening ontoereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het vermogen ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het derde lid.
In geval van een faillietverklaring van een algemeen pensioenfonds worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.