Dutch Legislation

Article 64

in force

General provisions regarding the pension provider · § Disposition of pension

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 4 · § 4.3 · In force since 2008-08-01

Source
1.

Alienation or any other act by which the person entitled to the pension accrual or the pensioner grants any right to his pension accruals or pension rights to another person is void, unless:

a.

the pledge is created for the purpose of providing security for obtaining a deferral of payment as referred to in Article 25, paragraph 5, of the Collection Act 1990 (Invorderingswet 1990);

b.

alienation takes place on the basis of Article 57, paragraph 5;

c.

equalisation takes place on the basis of the Pension Rights Equalisation After Divorce Act (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding);

d.

in the context of an equalisation of pension rights upon divorce, the former spouse or the spouse of the person entitled to the claim or the pension beneficiary, respectively, is designated as the beneficiary for all or part of the old-age pension, provided that the pension provider consents thereto; or

e.

in the context of a settlement of pension rights upon divorce, the value of all or part of the old-age pension of the person entitled to the claim or the pension beneficiary at the same pension provider is applied for an old-age pension for the life of their former spouse or their spouse, respectively, provided that the pension provider consents thereto.

2.

A power of attorney for the collection of benefits arising from a pension right, granted under whatever form or whatever name, is at all times revocable.

1.

Vervreemding of elke andere handeling, waardoor de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde enig recht op zijn pensioenaanspraken of pensioenrechten aan een ander toekent is nietig, tenzij:

a.

verpanding plaatsvindt voor het verlenen van zekerheid voor het verkrijgen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990;

b.

vervreemding plaatsvindt op grond van artikel 57, vijfde lid;

c.

verevening plaatsvindt op basis van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding;

d.

in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding in plaats van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde diens gewezen partner respectievelijk diens partner wordt aangewezen als begunstigde voor het geheel of een deel van het ouderdomspensioen, mits de pensioenuitvoerder hiermee instemt; of

e.

in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde van het geheel of een deel van het ouderdomspensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde bij dezelfde pensioenuitvoerder wordt aangewend voor een ouderdomspensioen op het leven van diens gewezen partner respectievelijk diens partner, mits de pensioenuitvoerder hiermee instemt.

2.

Een volmacht tot invordering van uitkeringen uit hoofde van een pensioenrecht, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.