Dutch Legislation

Article 61a

in force

General provisions regarding the pension provider · § Disposition of pension

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 4 · § 4.3 · In force since 2023-07-01

Source
1.

If a pension agreement provides for an old-age pension and a partner pension on a risk basis, the former participant shall have the right, after the end of the period in which the survivor's pension on a risk basis is continued pursuant to Article 55, paragraph 4, to opt for the continuation of the partner pension on a risk basis instead of the old-age pension or a part of the old-age pension.

2.

By way of derogation from paragraph 1, there is no right to exchange:

a.

if the exchange would result in the old-age pension benefit, on an annual basis at the regular commencement date and based on the accrued entitlement to old-age pension, being less than the amount determined on the basis of Article 66;

b.

if the pension scheme provides for a maximum duration for the voluntary continuation that is longer than or equal to fifteen years, upon reaching the maximum duration; or

c.

insofar as the pension scheme provides for a maximum for the extent of the exchange, upon reaching that maximum.

3.

If the former participant exercises the right of option referred to in the first paragraph, the pension provider shall inform the former participant annually of the consequences of continuing the exchange. The exchange shall be discontinued if there is no longer a right to exchange pursuant to the second paragraph, or if the former participant indicates that they do not wish to continue the exchange.

4.

Article 61, paragraphs 3, 4 and 6, shall apply mutatis mutandis.

5.

Further rules shall be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) with respect to this Article.

1.

Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen en een partnerpensioen op risicobasis heeft de gewezen deelnemer na afloop van de periode waarin het nabestaandenpensioen op risicobasis op grond van artikel 55, vierde lid, wordt voortgezet recht om in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor het voortzetten van het partnerpensioen op risicobasis.

2.

In afwijking van het eerste lid is er geen recht op uitruil:

a.

indien de uitruil ertoe zou leiden dat op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zou bedragen dan het op basis van artikel 66 bepaalde bedrag;

b.

indien de pensioenregeling voorziet in een maximale duur voor de vrijwillige voortzetting die langer of gelijk is aan vijftien jaar, bij het bereiken van de maximale duur; of

c.

voor zover de pensioenregeling voorziet in een maximum voor de omvang van de uitruil bij het bereiken van dat maximum.

3.

Indien de gewezen deelnemer gebruik maakt van de keuzemogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, informeert de pensioenuitvoerder de gewezen deelnemer jaarlijks over de gevolgen van voortzetting van de uitruil. De uitruil wordt stopgezet indien er niet langer recht op uitruil op grond van het tweede lid is, dan wel indien de gewezen deelnemer aangeeft de uitruil niet te willen voortzetten.

4.

Artikel 61, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.