Dutch Legislation

Article 57

in force

General provisions regarding the pension provider · § Retention of claim

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 4 · § 4.2 · In force since 2015-01-01

Source
1.

If the partner relationship of a participant ends by divorce (echtscheiding), the former partner of the participant shall acquire such an entitlement to a partner pension as the participant would have retained for the benefit of that former partner if his participation had ended at the time of the divorce.

2.

If the partner relationship of a former participant ends by divorce, and the former participant has retained an entitlement to a partner pension for the benefit of that partner upon termination of the participation, the entitlement shall pass to the former partner of the former participant.

3.

If the partner relationship of a pensioner ends by divorce (echtscheiding), and the pensioner has retained an entitlement to a partner pension for the benefit of that partner upon the commencement of the old-age pension, that entitlement shall pass to the former spouse (echtgenoot) of the pensioner.

4.

Paragraphs 1, 2 and 3 shall not apply if the partners agree otherwise by means of conditions in connection with the partner relationship or a written agreement regarding the separation. These conditions or this agreement, respectively, shall only be valid if the pension provider has declared its willingness to consent thereto and is prepared to cover a risk arising from the deviation or to adjust the level of the benefit.

5.

A former partner with a right to a special partner pension as referred to in the first, second, or third paragraph, has the right to alienate this to a previous or subsequent partner of the deceased participant, former participant, or pensioner, provided that:

a.

the pension provider is prepared to cover any change in risk arising from that transfer;

b.

the alienation is irrevocable; and

c.

this shall be agreed by a deed executed before a notary.

6.

If, after the application of the first or second paragraph, the former partner dies before the participant or former participant dies, the entitlement to the partner pension shall, from the moment of the death of the former partner, again form part of the pension entitlements of the participant or former participant referred to in the first and second paragraphs, insofar as this is provided for in the pension scheme concerned.

1.

Indien de partnerrelatie van een deelnemer eindigt door scheiding verkrijgt de gewezen partner van de deelnemer een zodanige aanspraak op partnerpensioen als de deelnemer ten behoeve van die gewezen partner zou hebben behouden indien op het tijdstip van scheiding zijn deelneming zou zijn geëindigd.

2.

Indien de partnerrelatie van een gewezen deelnemer eindigt door scheiding, en de gewezen deelnemer ten behoeve van die partner een aanspraak op partnerpensioen heeft behouden bij beëindigen van de deelneming, gaat de aanspraak over op de gewezen partner van de gewezen deelnemer.

3.

Indien de partnerrelatie van een gepensioneerde eindigt door scheiding, en de gepensioneerde ten behoeve van die partner een aanspraak op partnerpensioen heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, gaat die aanspraak over op de gewezen partner van de gepensioneerde.

4.

Het eerste, tweede en derde lid vindt geen toepassing indien de partners bij voorwaarden in verband met de partnerrelatie of een schriftelijk gesloten overeenkomst met betrekking tot de scheiding anders overeenkomen. Deze voorwaarden of overeenkomst zijn respectievelijk is slechts geldig indien de pensioenuitvoerder zich bereid heeft verklaard hiermee in te stemmen en bereid is een uit de afwijking voortvloeiend risico te dekken dan wel het niveau van de uitkering aan te passen.

5.

Een gewezen partner met een recht op bijzonder partnerpensioen als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, heeft het recht dit te vervreemden aan een eerdere of latere partner van de overleden deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde, mits:

a.

de pensioenuitvoerder bereid is een eventueel uit die overdracht voortvloeiende wijziging van het risico te dekken;

b.

de vervreemding onherroepelijk is; en

c.

dit wordt overeengekomen bij notarieel verleden akte.

6.

Indien na toepassing van het eerste of tweede lid de gewezen partner overlijdt voordat de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt, maakt de aanspraak op het partnerpensioen vanaf het moment van overlijden van de gewezen partner weer deel uit van de pensioenaanspraken van de deelnemer of gewezen deelnemer, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor zover dit in de betrokken pensioenregeling is bepaald.