Dutch Legislation

Article 34

in force

General provisions regarding the pension provider · § Duties of the pension administrator

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 4 · § 4.1 · In force since 2019-01-01

Source
1.

If a pension provider outsources activities to a third party, it shall ensure that this third party complies with the rules established by or pursuant to this Act that are applicable to the outsourcing pension provider.

2.

The following activities may not be outsourced by the pension provider:

a.

tasks and activities of persons who determine the daily policy, including the determination of policy and the rendering of account for the policy pursued;

b.

the formulation of and supervision of the strategic policy regarding asset management;

c.

activities the outsourcing of which may undermine the responsibility of the executor for the organisation and control of business processes and the supervision thereof;

d.

if the outsourcing may constitute an impediment to adequate supervision of compliance with the provisions of or pursuant to the Pensions Act (Pensioenwet).

3.

By or pursuant to an administrative order (algemene maatregel van bestuur):

a.

activities shall be designated which may not be outsourced;

b.

rules shall be established with respect to outsourcing in connection with the supervision of compliance with the provisions set forth by or pursuant to this Act; and

c.

rules shall be established with respect to the management of risks associated with outsourcing.

1.

Indien een pensioenuitvoerder werkzaamheden uitbesteedt aan een derde draagt hij er zorg voor dat deze derde de bij of krachtens deze wet gestelde regels, die van toepassing zijn op de uitbestedende pensioenuitvoerder, naleeft.

2.

Door de pensioenuitvoerder mogen de volgende werkzaamheden niet worden uitbesteed:

a.

taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid;

b.

het opstellen van en toezien op het strategisch beleid ten aanzien van vermogensbeheer;

c.

werkzaamheden waarvan uitbesteding de verantwoordelijkheid van de uitvoerder voor de organisatie en beheersing van bedrijfsprocessen en het toezicht daarop kan ondermijnen;

d.

indien de uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Pensioenwet bepaalde.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen:

a.

werkzaamheden worden aangewezen die niet mogen worden uitbesteed;

b.

regels worden gesteld met betrekking tot de uitbesteding in verband met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde; en

c.

regels worden gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die verband houden met de uitbesteding.