Article 23b
in forceSupervision of conversations
The detainee and the legal counsel shall be informed of the visual surveillance of conversations between the detainee and the legal counsel as referred to in Article 38, paragraph 8, of the Act.
Visual supervision shall be conducted by means of camera observation. The camera footage shall be erased immediately after the conversation.
By way of derogation from the second paragraph, the camera footage shall be preserved if an official or employee at the institution or department interrupts the conversation between the detainee and the legal counsel and the director, after hearing the official or employee, decides to terminate the conversation.
The camera footage stored pursuant to the third paragraph shall be erased six weeks after the expiry of the time limit for filing a complaint as referred to in Article 61, fifth paragraph, of the Act, unless a complaint has been filed. In that case, erasure shall follow six weeks after the expiry of the time limit for lodging an appeal as referred to in Article 69, first paragraph, of the Act, unless an appeal has been lodged. In that case, erasure shall follow on the day after the decision of the appeals committee.
In the context of the supervision referred to in Article 45a, paragraph 1, of the Advocatenwet (Advocates Act), the director shall inform the dean in the district where the legal aid provider maintains an office regarding the termination of a conversation, as referred to in the third paragraph.
De gedetineerde en de rechtsbijstandverlener worden op de hoogte gesteld van het visueel toezicht op gesprekken tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener als bedoeld in artikel 38, achtste lid, van de wet.
Het visueel toezicht vindt plaats door middel van cameraobservatie. De camerabeelden worden terstond na het gesprek gewist.
In afwijking van het tweede lid worden de camerabeelden bewaard als een ambtenaar of medewerker bij de inrichting of afdeling het gesprek tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener onderbreekt en de directeur na het horen van de ambtenaar of medewerker beslist tot beëindiging van het gesprek.
De op grond van het derde lid bewaarde camerabeelden worden verwijderd zes weken na het verstrijken van de beklagtermijn als bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de wet, tenzij beklag is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering zes weken na het verstrijken van de beroepstermijn als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, tenzij beroep is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering de dag na de uitspraak van de beroepscommissie.
In het kader van het in artikel 45a, eerste lid, van de Advocatenwet bedoelde toezicht licht de directeur de deken in het arrondissement waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt in over het beëindigen van een gesprek, als bedoeld in het derde lid.