Dutch Legislation

Article 59a

in force

Mediation

Custodial Institutions Act (Pbw) · Chapter Xa · In force since 2021-01-01

Source
1.

The detainee has the right to address the supervisory committee, orally or in writing, with a request to mediate regarding a grievance concerning the manner in which the director has acted towards him in a particular matter or has observed a duty of care imposed by or pursuant to this Act. For the purposes of the application of this provision, an act of an official or employee towards the detainee shall be regarded as an act of the director.

2.

If the grievance concerns a decision against which a complaint may be lodged, this petition must be submitted no later than the seventh day following the day on which the detainee has become aware of that decision.

3.

The supervisory committee shall endeavour to reach a solution acceptable to both parties within four weeks. It may delegate the mediation, in whole or in part, to the monthly commissioner or to another member designated from among its number.

4.

The supervisory committee shall provide the detainee and the director the opportunity to explain their position orally, whether or not in each other's presence. If the detainee does not have a sufficient command of the Dutch language, the supervisory committee shall ensure the assistance of an interpreter.

5.

The supervisory committee shall record the results of the mediation in a written communication and shall send or deliver a dated copy thereof to the director and the detainee. The date of such sending or delivery shall be noted on this copy. If the detainee does not sufficiently understand the Dutch language, the supervisory committee shall ensure a translation of the communication is provided. In the cases referred to in Article 60, the detainee shall be informed of the possibility of lodging a complaint and the manner in which and the period within which this must be done.

1.

De gedetineerde heeft het recht zich, mondeling of schriftelijk, tot de commissie van toezicht te wenden met het verzoek te bemiddelen ter zake van een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht heeft betracht. Een gedraging van een ambtenaar of medewerker jegens de gedetineerde wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van de directeur aangemerkt.

2.

Indien de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend.

3.

De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. Zij kan de bemiddeling geheel of ten dele aan de maandcommissaris of een ander uit haar midden aangewezen lid opdragen.

4.

De commissie van toezicht stelt de gedetineerde en de directeur in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk.

5.

De commissie van toezicht legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zendt dan wel reikt uit een gedagtekend afschrift daarvan aan de directeur en de gedetineerde. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling. In de gevallen, bedoeld in artikel 60, wordt de gedetineerde gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan.