Article 69
in forceAppeal against the decision of the complaints committee
The director and the complainant may lodge an appeal against the decision of the complaints committee by submitting a notice of appeal. The reasoned notice of appeal must be submitted no later than the seventh day following the day of receipt of the copy of the decision or, as the case may be, following the day of the oral communication of the decision.
The appeal shall be lodged with and heard by an appeals committee appointed by the Council, consisting of three members or extraordinary members, which shall be assisted by a secretary.
The chairperson or a member of the appeals committee designated by him, who is a member of the judiciary charged with the administration of justice, may decide on the appeal in a single-judge composition if he considers the appeal manifestly inadmissible, manifestly unfounded, or manifestly well-founded, with the understanding that he also possesses the powers vested in the chairperson of the full appeals committee.
The chairperson, or the member designated by them as referred to in the third paragraph, may at any time refer the proceedings to the full appeals committee.
With regard to the handling of the appeal, Articles 60, paragraph 3, 61, paragraph 4, 62, paragraph 4, 63, paragraphs 1, 2 and 3, 64, and 65, paragraphs 1, 2 and 3, shall apply mutatis mutandis, on the understanding that the appeals committee may determine that:
the director and the complainant shall be given the opportunity exclusively to provide a written explanation of the appeal;
oral comments may be made before a member of the appeals committee;
In the event that information is obtained orally from another person, the director and the complainant shall be given the opportunity exclusively to submit in writing the questions they wish to see put to that person.
Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunnen de directeur en de klager beroep instellen door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden ingediend.
Het beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Raad benoemde beroepscommissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beroepscommissie die een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht is, kan het beroepschrift enkelvoudig afdoen indien hij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beroepscommissie toekomen.
De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid, bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beroepscommissie.
Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 60, derde lid, 61, vierde lid, 62, vierde lid, 63, eerste, tweede en derde lid, 64, en 65, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten;
de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie kunnen worden gemaakt;
ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.