Dutch Legislation

Article 74

in force

Financing, supervision and information

Participation Act (Participatiewet) · Chapter 7 · In force since 2016-01-01

Source
1.

If the benefit provided on the basis of Article 69 offers insufficient coverage for the net costs of granting general assistance, wage cost subsidies or benefits as referred to in Article 69, paragraph 1, a safety net benefit (vangnetuitkering) may be granted by Our Minister upon petition of the municipal executive (college).

2.

The amount that may be spent on safety net benefits as referred to in paragraph 1, which does not form part of the amount referred to in Article 69, paragraph 2, shall be determined annually by law.

3.

A petition (application) as referred to in paragraph 1 shall be submitted by the municipal executive to the Participatiewet safety net review committee.

4.

Our Minister may attach conditions to the decision to grant a safety net benefit.

5.

Our Minister may reduce, withdraw or refuse a safety net benefit (vangnetuitkering) if:

a.

he has given an instruction to the municipal executive as referred to in Article 76, paragraph 1; or

b.

the municipal executive acts in violation of a statutory provision relating to the safety net benefit or of a condition attached to the decision to grant a safety net benefit.

6.

By or pursuant to an Order in Council, rules shall be established for:

a.

the grounds for granting the safety net benefit (vangnetuitkering);

b.

the calculation of the amount of the allowance;

c.

the conditions imposed on the petition;

d.

the manner of assessment of the petition by the safety net review committee under the Participation Act (Participatiewet);

e.

the application of the fifth paragraph.

7.

Rules shall be established by ministerial regulation regarding the period within which a petition may be submitted.

1.

Indien de verstrekte uitkering op grond van artikel 69 onvoldoende dekking biedt voor de netto lasten van het toekennen van algemene bijstand, loonkostensubsidies of uitkeringen als bedoeld in artikel 69, eerste lid, kan door Onze Minister op verzoek van het college een vangnetuitkering worden verleend.

2.

Jaarlijks wordt bij wet het bedrag dat besteed kan worden aan vangnetuitkeringen als bedoeld in het eerste lid vastgesteld, dat geen deel uitmaakt van het bedrag, bedoeld in artikel 69, tweede lid.

3.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college ingediend bij de toetsingscommissie vangnet Participatiewet.

4.

Onze Minister kan voorwaarden verbinden aan het besluit tot verlening van een vangnetuitkering.

5.

Onze Minister kan een vangnetuitkering verminderen, intrekken of weigeren indien:

a.

hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, eerste lid; of

b.

het college in strijd handelt met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de vangnetuitkering of met een voorwaarde die aan het besluit tot verlening van een vangnetuitkering is verbonden.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor:

a.

de gronden voor verlening van de vangnetuitkering;

b.

de berekening van de hoogte van de uitkering;

c.

de voorwaarden, die aan het verzoek worden gesteld;

d.

de wijze van beoordeling van het verzoek door de toetsingscommissie vangnet Participatiewet;

e.

de toepassing van het vijfde lid.

7.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de termijn waarbinnen een verzoek kan worden ingediend.