Dutch Legislation

Article 9

in force

Rights and obligations · § Labour market integration and counter-performance

Participation Act (Participatiewet) · Chapter 2 · § 2.1 · In force since 2026-01-01

Source
1.

The interested party aged 18 years or older but younger than the pensionable age shall, from the day of notification as referred to in Article 44, paragraph 2, be obliged:

a.

to obtain, accept and retain generally accepted employment according to their capacity, without making use of a facility as referred to in Article 7, paragraph 1, subparagraph (a), or Article 7a, paragraph 1, subparagraph (a), including registration as a jobseeker with the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), if they are entitled thereto pursuant to Article 30b, paragraph 1, of the Work and Income Implementation Organisation Structure Act (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen);

b.

to make use of a facility offered by the municipal executive, including social activation, aimed at labour market integration, as well as to cooperate in an assessment of his possibilities for labour market integration and, if applicable, to cooperate in the drafting, implementation and evaluation of a plan of approach as referred to in Article 44a;

c.

to perform, according to their capacity, unremunerated socially useful activities assigned by the municipal executive (college), which are performed alongside or in addition to regular work and which do not lead to displacement on the labour market.

2.

If urgent reasons exist, the municipal executive (college) may, in individual cases, grant a temporary exemption from an obligation as referred to in paragraph 1, subparagraphs (a) and (c). Care tasks may be considered urgent reasons, insofar as these cannot be taken into account by means of a provision as referred to in Article 7, paragraph 1, subparagraph (a).

3.

If assistance is granted to spouses, the obligations referred to in the first paragraph shall apply to each of them.

4.

The obligation to accept generally accepted employment shall apply to a single parent with children up to the age of 12 only after the Municipal Executive (college) has sufficiently satisfied itself as to the availability of suitable childcare, the application of adequate training, and the work capacity of the person concerned.

5.

The obligations referred to in paragraph 1, subparagraphs a, b and c, shall not apply to the interested party who is fully and permanently incapacitated for work as referred to in Article 4 of the Work and Income (Capacity for Work) Act (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen).

6.

The interested party is obliged to refrain from very serious misconduct towards the persons and bodies charged with the implementation of this Act during the performance of their duties.

7.

The obligation referred to in paragraph 1, subparagraph (c), shall not apply to the single parent who is in possession of an exemption as referred to in Article 9a, paragraph 1.

1.

De belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:

a.

naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 7a, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen, deze te aanvaarden en te behouden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

b.

gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a;

c.

naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

2.

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.

3.

Indien bijstand wordt verleend aan gehuwden gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder van hen.

4.

De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.

5.

De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn niet van toepassing op de belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

6.

De belanghebbende is verplicht zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

7.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid.