Article 2
in forceGeneral provisions · European arrest warrant
A European arrest warrant may only be issued for acts that are punishable under the law of the issuing Member State and for which a custodial sentence of a maximum of at least twelve months is provided, or, where a sentence or measure has been imposed, if it has a duration of at least four months.
A European arrest warrant shall be drawn up in accordance with the model set out in Annex 2 to this Act and must, in any event, contain the following information:
the identity and the nationality of the person sought;
the name, the address, the telephone and fax number, and the electronic mail address of the issuing judicial authority;
the statement that an enforceable judgment, an arrest warrant or any other equivalent judicial decision capable of enforcement exists;
the nature and the legal qualification of the criminal offence, in particular taking into account Article 7, paragraph 1, point (a), under 1°;
a description of the circumstances under which the criminal offence was committed, stating, inter alia, the time, the place and the degree of involvement of the wanted person in the criminal offence;
the imposed penalty or measure, if an irrevocable judgment exists, or the penalty prescribed for the offence concerned in the issuing Member State;
if possible, other consequences of the criminal offence.
The issuing judicial authority of the Member State of nationality of a Union citizen who has exercised the right to free movement as referred to in Article 21 of the Treaty on the Functioning of the European Union and who has been arrested in another Member State for the purpose of extradition for criminal prosecution to a third state may, after having been informed thereof, in order to prevent an infringement of Articles 18 and 21 of that Treaty and with due observance of the first and second paragraphs, issue a European arrest warrant for the same facts as those underlying the extradition request, provided that it has jurisdiction under national law to exercise jurisdiction in respect of those facts.
The European arrest warrant must be translated into the official language or one of the official languages of the executing Member State, or into the language that this Member State has indicated in a declaration deposited with the General Secretariat of the Council of the European Union.
Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts worden afgegeven wegens feiten die door de wet van de uitvaardigende lidstaat strafbaar zijn gesteld en waarop een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld of indien een straf of maatregel is opgelegd, wanneer deze een duur heeft van ten minste vier maanden.
Een Europees aanhoudingsbevel wordt volgens het in bijlage 2 bij deze wet opgenomen model opgemaakt en dient in elk geval de volgende gegevens te bevatten:
de identiteit en de nationaliteit van de gezochte persoon;
de naam, het adres, het telefoon- en het faxnummer en het elektronische postadres van de uitvaardigende justitiële autoriteit;
de vermelding dat een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, een aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing bestaat;
de aard en de wettelijke kwalificatie van het strafbare feit, in het bijzonder rekening houdend met artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1°;
een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd, met vermelding van onder meer het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de gezochte persoon bij het strafbare feit;
de opgelegde straf of maatregel, indien een onherroepelijk vonnis bestaat, of de in de uitvaardigende lidstaat voor het betrokken feit geldende strafbedreiging;
indien mogelijk, andere gevolgen van het strafbaar feit.
De uitvaardigende justitiële autoriteit van de lidstaat van nationaliteit van een burger van de Unie die gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer als bedoeld in artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in een andere lidstaat is aangehouden met het oog op uitlevering ter fine van strafvervolging aan een derde staat, kan na daarover te zijn geïnformeerd, ter voorkoming van een inbreuk op de artikelen 18 en 21 van dat Verdrag en met in achtneming van het eerste en tweede lid, een Europees aanhoudingsbevel uitvaardigen voor dezelfde feiten als die welke aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggen en voor zover zij naar nationaal recht bevoegd is rechtsmacht uit te oefenen ter zake van die feiten.
Het Europees aanhoudingsbevel dient te zijn vertaald in de officiële taal of in een van de officiële talen van de uitvoerende lidstaat, dan wel in de taal die deze lidstaat in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring heeft aangegeven.