Dutch Legislation

Article 10c

in force

Opium Act · In force since 2025-07-01

Source
1.

He who, in order to prepare or facilitate the intentional importing into or exporting from the territory of the Netherlands, preparing, processing, working, selling, delivering, providing, transporting or manufacturing of a substance that forms part of a group of substances as referred to in list IA belonging to this Act or a preparation thereof:

1°.

attempts to induce another to commit, to cause to be committed, to co-perpetrate or to incite that act, to be of assistance in doing so, or to provide the opportunity, means or information for that purpose,

2°.

seeks to provide himself or another with the opportunity, means or information to commit that act,

3°.

has in his possession objects, means of transport, substances, monies or other means of payment, of which he knows or has serious reason to suspect that they are intended for the commission of that act, shall be punished by a term of imprisonment not exceeding three years or a fine of the fifth category.

2.

A person who commits the acts described in the first paragraph with regard to the bringing into or out of the territory of the Netherlands of a small quantity intended for personal use shall not be punishable.

1.

Hij die om het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of vervaardigen van een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst IA of een preparaat daarvan voor te bereiden of te bevorderen:

1°.

een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

2°.

zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen,

3°.

voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2.

Niet strafbaar is hij die de in het eerste lid omschreven feiten begaat met betrekking tot het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.