Article 5.11
in forceThe environmental permit and the project decision · De omgevingsvergunning
By Order in Council, cases shall be designated for the following activities in which one of Our Ministers designated therein shall decide on the application:
environmental plan activities of national importance,
national monument activities relating to an archaeological monument,
dredging activities in national waters, with the exception of the cases referred to in Article 5.10, paragraph 1, under b, under 1°,
environmentally hazardous activities:
with regard to a mining installation,
in which national security interests or other vital national interests are involved,
insofar as it concerns the application of fertilisers on or into the soil,
mining site activities,
restricted area activities regarding:
roads under the management of the State,
airports other than civil airports of regional significance,
main railways and special railways,
mining installations in a water management work,
Natura 2000 activities and flora and fauna activities of national interest,
activities that do not fall under parts (a) up to and including (g) and that take place entirely or principally in:
the territorial sea insofar as it is situated outside the provincial and municipal administrative territory,
the exclusive economic zone,
a falconry activity.
In the designation of cases, the limits of Article 2.3, paragraph 3, shall be observed.
By way of derogation from Articles 5.8, 5.10 and 5.13 and from the first paragraph, Our Minister of Infrastructure and Water Management may, in cases other than those referred to in the first paragraph, under (d), under 2°, decide on an application for an environmental permit if this is necessary for national security interests or other vital national interests.
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de volgende activiteiten gevallen aangewezen waarin een van Onze daarbij aangewezen Ministers op de aanvraag beslist:
omgevingsplanactiviteiten van nationaal belang,
rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot een archeologisch monument,
ontgrondingsactiviteiten in de rijkswateren, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onder b, onder 1°,
milieubelastende activiteiten:
met betrekking tot een mijnbouwwerk,
waarbij nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen zijn betrokken,
als het gaat om het op of in de bodem brengen van meststoffen,
mijnbouwlocatieactiviteiten,
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot:
wegen in beheer bij het Rijk,
andere luchthavens dan burgerluchthavens van regionale betekenis,
hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen,
mijnbouwinstallaties in een waterstaatswerk,
Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten van nationaal belang,
activiteiten die niet vallen onder de onderdelen a tot en met g en die geheel of in hoofdzaak plaatsvinden in:
de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied,
de exclusieve economische zone,
een valkeniersactiviteit.
Bij de aanwijzing van gevallen worden de grenzen van artikel 2.3, derde lid, in acht genomen.
In afwijking van de artikelen 5.8, 5.10 en 5.13 en van het eerste lid kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, onder d, onder 2°, beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als dat nodig is voor nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen.