Article 5.12
in forceThe environmental permit and the project decision · De omgevingsvergunning
The application for an environmental permit that relates to more than one activity shall be decided upon by an administrative authority that, pursuant to Article 5.8, 5.9, 5.10 or 5.11, paragraph 1, preamble and under a up to and including h, would be competent to decide on an application for at least one of those activities. In this regard, the following paragraphs shall be observed.
If the municipal executive (college van burgemeester en wethouders) is an administrative authority as referred to in the first paragraph, the municipal executive shall decide on the application, unless another of the administrative authorities involved is designated by order in council. In such designation, the limits of Article 2.3 shall be observed. By such order, in deviation from the first paragraph and with due observance of the limits of Article 2.3, an administrative authority other than one of the administrative authorities involved may also be designated.
In cases other than those referred to in the second paragraph, the application shall be decided upon by the administrative authority concerned that is designated by order in council. In such an order, by way of derogation from the first paragraph and with due observance of the limits of Article 2.3, an administrative authority other than one of the administrative authorities concerned may also be designated.
By way of derogation from the first to the third paragraph inclusive and from Article 5.13, Our Minister of Infrastructure and Water Management may decide on the application if this is necessary for national security interests or other vital national interests.
Op de aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op meer dan een activiteit wordt beslist door een bestuursorgaan dat op grond van artikel 5.8, 5.9, 5.10 of 5.11, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h, voor ten minste een van die activiteiten bevoegd zou zijn op een aanvraag te beslissen. Hierbij worden de volgende leden in acht genomen.
Als het college van burgemeester en wethouders een bestuursorgaan is als bedoeld in het eerste lid, beslist het college op de aanvraag, tenzij bij algemene maatregel van bestuur een ander van de betrokken bestuursorganen wordt aangewezen. Bij die aanwijzing worden de grenzen van artikel 2.3 in acht genomen. Bij die maatregel kan, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, ook een ander bestuursorgaan dan een van de betrokken bestuursorganen worden aangewezen.
In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvraag beslist door het betrokken bestuursorgaan dat bij algemene maatregel van bestuur wordt aangewezen. Bij die maatregel kan, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, ook een ander bestuursorgaan dan een van de betrokken bestuursorganen worden aangewezen.
In afwijking van het eerste tot en met derde lid en van artikel 5.13 kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag beslissen als dat nodig is voor nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen.