Dutch Legislation

Article 23.5

in force

Miscellaneous and final provisions · Publieksparticipatie, betrokkenheid parlement, totstandkomingsvereisten uitvoeringsregelgeving en overige bepalingen

Environment and Planning Act · Chapter 23 · Section 23.3 · In force since 2026-07-01

Source
1.

The recommendation for an Order in Council pursuant to Chapters 2, 3, 4 and 5, Section 13.6, Chapters 16, 17, 18, 19 and 20, and Article 23.3 shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.

2.

If the draft of a general administrative order contains environmental values or a designation of categories of projects pursuant to Article 16.87a, either of the Houses may, within the period referred to in the first paragraph, express the wish that such environmental values be established by Act of Parliament or that such designation of categories of projects be effected by Act of Parliament. In that case, a proposal of law to that effect shall be submitted as soon as possible.

3.

The first and second paragraphs shall not apply if the draft contains amendments of minor significance that do not lead to different or greater adverse consequences for the physical living environment, or if the draft solely serves to implement obligations under international law. If that is the case, Our Minister concerned shall notify both Houses of the States General thereof.

4.

Our Minister concerned shall notify both Houses of the States General of the entry into force of an Order in Council and of the publication of the advice of the Advisory Division of the Council of State and the supplementary report issued regarding an Order in Council in which the first paragraph has been applied.

1.

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5, afdeling 13.6, de hoofdstukken 16, 17, 18, 19 en 20 en artikel 23.3 wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

2.

Als het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur omgevingswaarden of een aanwijzing van categorieën projecten op grond van artikel 16.87a bevat kan binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, een der kamers de wens te kennen geven dat die omgevingswaarden bij wet worden vastgesteld of die aanwijzing van categorieën projecten bij wet geschiedt. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als het ontwerp wijzigingen van ondergeschikte betekenis bevat die niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving of als het ontwerp alleen strekt tot uitvoering van internationaalrechtelijke verplichtingen. Als dat het geval is, geeft Onze Minister die het aangaat daarvan kennis aan beide kamers der Staten-Generaal.

4.

Van de inwerkingtreding van een algemene maatregel van bestuur en de publicatie van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het uitgebrachte nader rapport van een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft Onze Minister die het aangaat kennis aan beide kamers der Staten-Generaal.