Article 16.53c
in forceProcedures · Passende beoordeling Natura 2000
For a plan or a project as referred to in Article 6, paragraph 3, of the Habitats Directive, the administrative body adopting the plan, the applicant for the environmental permit concerned, or the competent authority for the project decision shall carry out an appropriate assessment as referred to in Article 6, paragraph 3, of that Directive, of the implications for the Natura 2000 site.
By way of derogation from the first paragraph, an appropriate assessment need not be made if:
the plan or the project is a repetition or continuation of another plan or project, or
the plan forms part of another plan,
provided that an appropriate assessment has been made for that other plan or project and a new appropriate assessment cannot reasonably yield any new data and insights regarding the significant effects of that plan or project.
Voor een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.
In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, als:
het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan of project, of
het plan deel uitmaakt van een ander plan,
mits voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.