Dutch Legislation

Article 12.30

in force

Special instruments for the development of areas · Herverkaveling

Environment and Planning Act · Chapter 12 · Section 12.4 · In force since 2024-01-01

Source
1.

In the allocation of rights to plots, every owner is entitled to an area in plots that is equal to the area of the parcels contributed by him. This area shall be reduced by the percentage by which the total area of all parcels included in the land consolidation block has been reduced pursuant to Article 12.29.

2.

The total surface area, referred to in the first paragraph, second sentence, is the surface area of all plots included in the land consolidation block, reduced by the surface area of the immovable property designated for expropriation in an expropriation order.

3.

The competent authority may deviate from the first paragraph if application of that paragraph would impede the realisation of a proper land consolidation. If no agreement has been reached with the owner and the person who holds a right of mortgage or ground rent on the immovable property, this deviation may amount to no more than five percent of the surface area to which the owner is entitled pursuant to the first paragraph. The application of this deviation in conjunction with the application of Article 12.29 shall not lead to an allocation of a surface area that is more than five percent smaller than the surface area of the plots contributed by the owner.

1.

Bij de toewijzing van rechten op kavels heeft elke eigenaar aanspraak op een oppervlakte in kavels die gelijk is aan de oppervlakte van de door hem ingebrachte percelen. Deze oppervlakte wordt verminderd met het percentage waarmee de totale oppervlakte van alle in het herverkavelingsblok opgenomen percelen op grond van artikel 12.29 is verminderd.

2.

De totale oppervlakte, bedoeld in het eerste lid, tweede zin, is de oppervlakte van alle in het herverkavelingsblok opgenomen percelen, verminderd met de oppervlakte van de onroerende zaken die in een onteigeningsbeschikking voor onteigening zijn aangewezen.

3.

Het bevoegd gezag kan van het eerste lid afwijken als toepassing van dat lid in de weg zou staan aan de totstandkoming van een behoorlijke herverkaveling. Als geen overeenstemming is bereikt met de eigenaar en degene die op de onroerende zaak een recht van hypotheek of grondrente heeft, kan deze afwijking ten hoogste vijf procent bedragen van de oppervlakte waarop de eigenaar op grond van het eerste lid aanspraak heeft. De toepassing van deze afwijking in samenhang met de toepassing van artikel 12.29 leidt niet tot een toewijzing van een oppervlakte die meer dan vijf procent kleiner is dan de oppervlakte van de door de eigenaar ingebrachte kavels.