Article 10.13a
in forceDuty to tolerate · Bij beschikking op te leggen gedoogplichten
The competent authority for an application for an environmental permit for an environmentally hazardous activity relating to a landfill may impose upon a titleholder a duty to tolerate the conducting of investigations on that landfill or in the immediate vicinity thereof, and the installation, presence, maintenance, use, and removal of the resources necessary for such investigation, if this is necessary in the interest of soil protection.
Paragraph 1 does not apply to:
the depositing of waste materials in so far as it concerns the burial of human remains or the scattering on or into the soil of ashes originating from the cremation of human remains,
landfill sites where only dredged material is deposited,
landfill sites where the disposal of waste materials was terminated before 1 March 1995,
landfill sites where, on or after 1 March 1995, only waste materials have been or are being deposited for the purpose of applying a top seal to that landfill site, provided that the deposited quantity does not exceed 0.3 m3 of waste material per m2 of landfill surface area.
Het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op een stortplaats kan aan een rechthebbende een gedoogplicht opleggen voor het verrichten van onderzoek op die stortplaats of in de onmiddellijke omgeving daarvan en voor het aanbrengen, aanwezig zijn, onderhouden, gebruiken en verwijderen van de voor dat onderzoek benodigde middelen als dat nodig is in het belang van de bescherming van de bodem.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
het storten van afvalstoffen als het gaat om het begraven van stoffelijke resten of het op of in de bodem verspreiden van as, afkomstig van de verbranding van stoffelijke resten,
stortplaatsen waar alleen baggerspecie wordt gestort,
stortplaatsen waar het storten van afvalstoffen is beëindigd voor 1 maart 1995,
stortplaatsen waar op of na 1 maart 1995 alleen afvalstoffen zijn of worden gestort voor het aanbrengen van een bovenafdichting op die stortplaats, als de gestorte hoeveelheid ten hoogste 0,3 m3 afvalstof per m2 stortoppervlak bedraagt.