Dutch Legislation

Article 2.29

in force

National public media service · Omroeporganisaties

Media Act 2008 · Title 2.2 · Section 2.2.2 · In force since 2014-07-01

Source
1.

An accreditation or a provisional accreditation shall be granted upon application and shall be valid for a period of five years, which coincides with a five-year period of the concession as referred to in Article 2.19, paragraph 3, and shall expire by operation of law upon the expiry of the accreditation period.

2.

An accreditation may only be transferred with the consent of Our Minister upon the application of the broadcasting organization to which it has been granted, and only to a broadcasting organization that has been formed by merger in accordance with Article 2.25, paragraph 1, preamble and part (a), under 2°, 3° or 4°. Conditions may be attached to a consent. Article 2.32, paragraph 1, with regard to Articles 2.24 and 2.24a, and paragraph 2, parts (a) and (c), shall apply mutatis mutandis.

3.

An acknowledgement or provisional acknowledgement entitles one to a financial contribution for the provision of media content in accordance with the provisions laid down by or pursuant to this Act.

4.

By virtue of the transfer of a recognition, the acquiring broadcasting organisation succeeds to all rights and obligations of its legal predecessor arising from the law.

1.

Een erkenning of een voorlopige erkenning wordt op aanvraag verleend en geldt voor een periode van vijf jaar die samenvalt met een vijfjaarlijkse periode van de concessie als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, en vervalt van rechtswege na afloop van de erkenningperiode.

2.

Een erkenning kan alleen overgaan met toestemming van Onze Minister op aanvraag van de omroeporganisatie waaraan deze is verleend, en alleen aan een omroeporganisatie die door fusie is gevormd overeenkomstig artikel 2.25, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, 3° of 4°. Aan een toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Artikel 2.32, eerste lid, wat betreft de artikelen 2.24 en 2.24a, en tweede lid, onderdelen a en c, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Een erkenning of voorlopige erkenning geeft aanspraak op een financiële bijdrage voor de verzorging van media-aanbod volgens het bepaalde bij of krachtens deze wet.

4.

Door overgang van een erkenning treedt de verkrijgende omroeporganisatie in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van haar rechtsvoorganger.