Dutch Legislation

Article 47

in force

Other provisions

Land Registry Act · Title 3 · In force since 2008-01-01

Source
1.

A change of a chosen domicile in a registered document, a choice of domicile made subsequently in respect of a registration, and the cancellation of a chosen domicile may be registered. For the registration of the change, choice, or cancellation, a declaration signed by or on behalf of the interested party shall be submitted, which states the new and the previous chosen or legal domicile, as well as the effective date.

2.

A domicile chosen pursuant to Article 18, paragraph 4, of this Act or Article 260, paragraph 1, of Book 3 or Article 252, paragraph 2, of Book 6 of the Civil Code, shall, regardless of whether it has been registered with the original document or pursuant to the first paragraph, have no other effect than that

a.

where writs may be served that concern the registration, in respect of which a domicile was elected;

b.

where the communications and notifications prescribed by or pursuant to the law by the registrar and the Service may be effected.

3.

Communications and notifications prescribed by or pursuant to this Act shall in any event be addressed to the last known place of residence of the interested party as recorded with the Service. In the event of the death of a person who held a right to registered property, such communications and notifications shall be addressed to his legal successors at the last known address of the estate as recorded with the Service.

1.

Een verandering van een in een ingeschreven stuk gekozen woonplaats, een alsnog ter zake van een inschrijving gedane keuze van woonplaats en de opheffing van een gekozen woonplaats kunnen worden ingeschreven. Ter inschrijving van de verandering, keuze of opheffing wordt een door of namens de belanghebbende ondertekende verklaring aangeboden die de nieuwe en de vorige gekozen dan wel wettelijke woonplaats vermeldt, alsmede de datum van ingang.

2.

Een krachtens artikel 18, vierde lid, van deze wet of de artikelen 260, eerste lid, van Boek 3 of 252, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek gekozen woonplaats, heeft, ongeacht of zij met het oorspronkelijke stuk dan wel krachtens het eerste lid is ingeschreven, geen ander gevolg dan dat

a.

daar exploiten kunnen worden uitgebracht die de inschrijving betreffen, ter zake waarvan woonplaats werd gekozen;

b.

daar de door of krachtens de wet voorgeschreven mededelingen en kennisgevingen van de bewaarder en de Dienst kunnen worden gedaan.

3.

Door of krachtens deze wet voorgeschreven mededelingen en kennisgevingen worden in elk geval gedaan aan de laatste bij de Dienst bekende woonplaats van de belanghebbende. In geval van overlijden van een persoon die tot een registergoed gerechtigd was, worden zodanige mededelingen en kennisgevingen aan zijn rechtsopvolgers gedaan aan het laatste bij de Dienst bekende adres van de boedel.