Dutch Legislation

Article 2

in force

International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) · In force since 1979-03-11

Source
1.

Each State Party to this Convention undertakes to respect and to ensure to all individuals residing within its territory and subject to its jurisdiction the rights recognized in this Convention, without distinction of any kind, such as race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin, property, birth or any other status.

2.

Each State Party to this Convention undertakes, in accordance with its constitutional processes and with the provisions of this Convention, to take the necessary legislative or other measures to give effect to the rights recognised in this Convention, insofar as provision has not already been made by existing legislative arrangements or otherwise.

3.

Each State party to this Convention undertakes:

(a).

To ensure that everyone whose rights or freedoms as set forth in this Convention are violated shall have an effective remedy, even if the violation has been committed by persons acting in an official capacity;

(b).

To ensure that the right of any person seeking a remedy shall be determined by competent judicial, administrative or legislative authorities, or by any other competent authority provided for by the legal system of the State, and to develop the possibilities of judicial remedy;

(c).

To ensure that the competent authorities actually grant a legal remedy in the event that the appeal is declared well-founded.

1.

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich de in dit Verdrag erkende rechten te eerbiedigen en deze aan een ieder die binnen zijn grondgebied verblijft en aan zijn rechtsmacht is onderworpen te verzekeren, zonder onderscheid van welke aard ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, welstand, geboorte of enige andere omstandigheid.

2.

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich, langs de door zijn staatsrecht voorgeschreven weg en in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, alle wettelijke of andere maatregelen te nemen die nodig zijn om de in dit Verdrag erkende rechten tot gelding te brengen, voor zover daarin niet reeds door bestaande wettelijke regelingen of anderszins is voorzien.

3.

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich:

(a).

Te verzekeren dat een ieder wiens rechten of vrijheden als in dit Verdrag erkend, worden geschonden een effectief rechtsmiddel ter beschikking heeft, zelfs indien de schending zou zijn begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie;

(b).

Te verzekeren dat omtrent het recht van degene die het rechtsmiddel aanwendt wordt beslist door de bevoegde rechterlijke, bestuurlijke of wetgevende autoriteit, of door een andere autoriteit die daar toe krachtens de nationale wetgeving bevoegd is, en de mogelijkheden van beroep op de rechter verder tot ontwikkeling te brengen;

(c).

Te verzekeren dat de bevoegde autoriteiten daadwerkelijk rechtsherstel verlenen, in geval het beroep gegrond wordt verklaard.