Dutch Legislation

Article 20

in force

The registration in the commercial register

Commercial Register Act 2007 (Handelsregisterwet) · Chapter 3 · In force since 2014-01-01

Source
1.

The application for the first registration of a business shall be made within a period of two weeks, commencing one week before and ending one week after the commencement of the business operations. The application for the first registration of a legal person shall be made within one week after the occurrence of the fact as a result of which the obligation to register arises.

2.

The other prescribed statements shall be made no later than one week after the occurrence of the fact as a result of which the obligation to make the statement arises.

3.

The obligation to provide information shall terminate as soon as such information has been provided by another person who was obliged or authorised to do so or, insofar as the Chamber is authorised to amend data, as soon as the Chamber has registered the relevant amendment.

4.

Rules shall be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) regarding:

a.

the manner in which data are entered into the commercial register;

b.

the time limits for the entry of data into the commercial register;

c.

the timeliness of adopting a data element from another base register.

5.

By application of Article 28, paragraph 1, final clause, of the Services Act (Dienstenwet), Section 4.1.3.3 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall not apply to a notification for registration in the commercial register.

1.

De opgave voor de eerste inschrijving van een onderneming wordt gedaan binnen een periode van twee weken, die begint een week vóór en eindigt een week ná de aanvang van de bedrijfsuitoefening. De opgave voor de eerste inschrijving van een rechtspersoon wordt gedaan binnen één week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot inschrijving ontstaat.

2.

De andere voorgeschreven opgaven worden gedaan uiterlijk een week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot de opgave ontstaat.

3.

De verplichting tot het doen van een opgave eindigt zodra die opgave is gedaan door iemand anders die daartoe verplicht of bevoegd was of, voor zover de Kamer bevoegd is tot het wijzigen van gegevens, zodra de Kamer de desbetreffende wijziging heeft ingeschreven.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

a.

de wijze waarop gegevens in het handelsregister worden opgenomen;

b.

de termijnen voor het opnemen van gegevens in het handelsregister;

c.

de actualiteit van het overnemen van een gegeven uit een ander basisregister.

5.

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een opgave ter inschrijving in het handelsregister.