Article 299
in forceDebt rescheduling scheme for natural persons (schuldsaneringsregeling natuurlijke personen) · Homologation of a private composition
The debt restructuring scheme operates in respect of:
claims against the debtor which exist at the time of the judgment for the application of the debt restructuring scheme;
claims against the debtor which arise after the judgment for the application of the debt restructuring scheme by virtue of the dissolution or annulment of an agreement concluded with the debtor prior to that judgment;
claims for damages in respect of a failure, after the judgment applying the debt restructuring scheme, in the performance of an obligation obtained against the debtor prior to that judgment;
claims against the debtor which arise after the judgment for the application of the debt restructuring scheme by the fulfillment of a resolutory condition agreed upon prior to that judgment;
claims against the debtor that have remained unsatisfied after the judgment for the application of the debt restructuring scheme, which arise pursuant to Article 10 of Book 6 of the Civil Code by virtue of a legal relationship already existing at the time of the judgment for the application of the debt restructuring scheme.
Legal actions aimed at the satisfaction of a claim from the estate may, during the application of the debt restructuring scheme, be instituted, also against the debtor, in no other way than by submission for verification.
Articles 57 up to and including 59a apply mutatis mutandis.
De schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van:
vorderingen op de schuldenaar die ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaan;
vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór die uitspraak met de schuldenaar gesloten overeenkomst;
vorderingen die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling in de nakoming van een vóór die uitspraak op de schuldenaar verkregen verbintenis;
vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan door de vervulling van een vóór die uitspraak overeengekomen ontbindende voorwaarde;
na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling onvoldaan gebleven vorderingen op de schuldenaar die ontstaan krachtens artikel 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek uit hoofde van een ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestaande rechtsbetrekking.
Rechtsvorderingen die voldoening van een vordering uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ook tegen de schuldenaar op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie.
De artikelen 57 tot en met 59a zijn van overeenkomstige toepassing.