Article 3:288
in forceRight of recovery against assets · Privileged claims on all assets
The privileged claims on all assets are the claims in respect of:
the costs of the application for a bankruptcy order, yet only in respect of the bankruptcy pronounced upon that application, as well as the costs incurred by a creditor for the purpose of obtaining a liquidation outside of bankruptcy;
the costs of the funeral and disposal of the remains, insofar as they are in accordance with the circumstances of the deceased;
that which an employee, a former employee and their survivors are entitled to claim from the employer in respect of pension instalments already due, insofar as the claim is not older than one year;
that to which an employee, not being a director of the legal person by whom he is employed, a former employee and their survivors are entitled against the employer in respect of pension instalments to be paid in the future;
all that which an employee is entitled to claim in money from his employer on the basis of the employment contract over the current and the preceding calendar year, as well as the amounts owed by the employer to the employee in connection with the termination of the employment contract pursuant to the provisions of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek) concerning the employment contract;
the payable allowances for the provision of the costs of care and upbringing of minor children and for the costs of living and study of adult children who have not reached the age of twenty-one years.
De bevoorrechte vorderingen op alle goederen zijn de vorderingen ter zake van:
de kosten van de aanvraag tot faillietverklaring, doch alleen ter zake van het faillissement dat op de aanvraag is uitgesproken, alsmede van de kosten, door een schuldeiser gemaakt, ter verkrijging van vereffening buiten faillissement;
de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene;
hetgeen een werknemer, een gewezen werknemer en hun nabestaanden ter zake van reeds vervallen termijnen van pensioen van de werkgever te vorderen hebben, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
hetgeen waarop een werknemer, niet zijnde een bestuurder van de rechtspersoon bij wie hij in dienst is, een gewezen werknemer en hun nabestaanden ter zake van in de toekomst tot uitkering komende termijnen van pensioen jegens de werkgever recht hebben;
al hetgeen een werknemer over het lopende en het voorafgaande kalenderjaar in geld op grond van de arbeidsovereenkomst van zijn werkgever te vorderen heeft, alsmede de bedragen door de werkgever aan de werknemer in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd uit hoofde van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de arbeidsovereenkomst;
de verschuldigde uitkeringen tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en in de kosten van levensonderhoud en studie van meerderjarige kinderen die de leeftijd van een en twintig jaren niet hebben bereikt.