Dutch Legislation

Article 2:395a

in force

The annual accounts and the management report · Exemptions on the basis of the size of the legal person's business

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 9 · Section 11 · In force since 2024-03-13

Source
1.

Paragraphs 3 to 6 apply to a legal person which on two consecutive balance sheet dates, without subsequently failing to do so on two consecutive balance sheet dates, has met two or three of the following requirements:

a.

the value of the assets according to the balance sheet with explanatory notes, on the basis of the acquisition and manufacturing price, does not exceed €350,000; as of 13 March 2024: €450,000;

b.

the net turnover for the financial year does not exceed € 700,000 as of 13 March 2024: € 900,000;

c.

the average number of employees during the financial year is less than 10.

2.

For the application of paragraph 1, the value of the assets, the net turnover and the number of employees of group companies that would have to be included in the consolidation if the legal person were required to prepare consolidated annual accounts shall be taken into account. This does not apply if the legal person applies Article 408.

3.

The provisions of paragraphs 3 and 4 of Article 364 regarding the accruals and deferrals (overlopende activa en passiva) shall not apply to the other operating expenses referred to in Article 377, paragraph 3, under j. The legal person shall state the fact that no accruals and deferrals have been included at the bottom of the balance sheet.

4.

Of the statements prescribed pursuant to Section 3, no others need to be made than those prescribed in Articles 364 paragraph 1, 365 paragraph 1 under a and 370 paragraph 1 under d, 373 paragraph 1 whereby the items are aggregated into one item, 374 paragraph 1 and 375 paragraph 1 whereby the items are aggregated into one item and whereby for the total of the debts it is indicated to what amount the remaining term is at most one year and to what amount the remaining term is longer than one year. Furthermore, a public limited company shall state the data mentioned in the second sentence of Article 378 paragraph 3 at the bottom of the balance sheet.

5.

Of the statements prescribed pursuant to Section 4, no others need to be made than those prescribed in Articles 377 paragraph 1 under a, with the exception of the mention of income and expenses from ordinary business operations, 377 paragraph 3 under a, d and e, 377 paragraph 3 under g, with the exception of the mention of other external costs, 377 paragraph 3 under h and i, whereby the items shall be aggregated into one item, and 377 paragraph 3 under j.

6.

Section 5, the provisions in Section 6 concerning the prescribed disclosures in the notes, and Sections 7, 8 and 9 shall not apply.

7.

In derogation from Section 6 of this Title, the bases for the determination of taxable profit, as referred to in Chapter II of the Corporate Income Tax Act 1969 (Wet op de vennootschapsbelasting 1969), may also be used for the valuation of assets and liabilities and for the determination of the result, provided that the legal person applies all fiscal bases applicable to it. If the legal person applies these bases, it shall state this in the notes. Further rules may be established by administrative order (algemene maatregel van bestuur) regarding the use of these bases and the notes to be provided in connection therewith.

8.

Article 394 is only applicable with respect to a balance sheet limited in accordance with paragraphs 3 and 4.

1.

De leden 3 tot en met 6 gelden voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

a.

de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 350.000 per 13 maart 2024: € 450.000;

b.

de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000 per 13 maart 2024: € 900.000;

c.

het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 10.

2.

Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.

3.

Het bepaalde in leden 3 en 4 van artikel 364 met betrekking tot de overlopende activa en passiva is niet van toepassing voor de overige bedrijfskosten bedoeld in artikel 377 lid 3 onder j. De rechtspersoon vermeldt het feit dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen onderaan de balans.

4.

Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364 lid 1, 365 lid 1 onder a en 370 lid 1 onder d, 373 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post, 374 lid 1 en 375 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en waarbij voor het totaal van de schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd ten hoogste een jaar is en tot welk bedrag de resterende looptijd langer dan een jaar is. Voorts vermeldt een naamloze vennootschap de gegevens genoemd in de tweede zin van artikel 378 lid 3 onderaan de balans.

5.

Van de ingevolge afdeling 4 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 377 lid 1 onder a met uitzondering van vermelding van de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, 377 lid 3 onder a, d en e, 377 lid 3 onder g met uitzondering van de vermelding van overige externe kosten, 377 lid 3 onder h en i waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en 377 lid 3 onder j.

6.

Afdeling 5, de voorschriften in afdeling 6 betreffende de voorgeschreven opgaven in de toelichting, en de afdelingen 7, 8 en 9 zijn niet van toepassing.

7.

In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.

8.

Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig leden 3 en 4 beperkte balans.