Dutch Legislation

Article 2:353

in force

Dispute settlement procedure and the right of inquiry · The right of inquiry (het recht van enquête)

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 8 · Section 2 · In force since 2015-06-12

Source
1.

The report on the outcome of the investigation shall be deposited at the registry of the Amsterdam Court of Appeal. The report must demonstrate whether the provisions of Article 351, paragraph 4, second sentence, have been complied with.

2.

The Advocate General at the Court of Appeal Prosecutor's Office, the legal person, as well as the petitioners and their counsel, shall receive a copy of the report. In the case referred to in Article 348, the institution supervising the legal person mentioned in that Article shall also receive a copy of the report. The Enterprise Chamber may determine that the report shall furthermore be available for inspection, in whole or in part, by other persons to be designated by it or by any person.

3.

It is prohibited for persons other than the legal person to make communications to third parties from the report, insofar as it is not available for inspection by everyone, unless they have been authorised to do so by the chairman of the enterprise chamber (ondernemingskamer) upon their petition. An association of employees, however, is authorised without such authorisation to provide communications from the report to the works council (ondernemingsraad) connected to an enterprise conducted by the legal person.

4.

As soon as possible after the filing, the clerk of the court shall give notice thereof to the petitioner or petitioners and to the legal person; if the enterprise chamber (ondernemingskamer) so orders, he shall furthermore ensure the publication of the filing and of the order referred to in paragraph 2 in the Government Gazette (Staatscourant).

1.

Het verslag van de uitkomst van het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof Amsterdam nedergelegd. Uit het verslag moet blijken of aan het bepaalde in artikel 351 lid 4, tweede volzin is voldaan.

2.

De advocaat-generaal bij het ressortsparket, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun advocaten, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval, bedoeld in artikel 348, ontvangt ook de in dat artikel genoemde, op de rechtspersoon toezichthoudende instelling een exemplaar van het verslag. De ondernemingskamer kan bepalen dat het verslag voorts geheel of gedeeltelijk ter inzage ligt voor de door haar aan te wijzen andere personen of voor een ieder.

3.

Het is aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de ondernemingskamer zijn gemachtigd. Een vereniging van werknemers is echter zonder een zodanige machtiging bevoegd tot het verstrekken van mededelingen uit het verslag aan de ondernemingsraad, die aan een door de rechtspersoon gedreven onderneming is verbonden.

4.

Ten spoedigste na de nederlegging geeft de griffier daarvan kennis aan de verzoeker of verzoekers en aan de rechtspersoon; indien de ondernemingskamer dit beveelt, draagt hij voorts zorg voor de bekendmaking van de nederlegging en van de in het tweede lid bedoelde beschikking in de Staatscourant.