Dutch Legislation

Article 1:324

in force

Custody of minor children · Guardianship (voogdij) · § Incapacity for guardianship

Civil Code — Book 1 · Title 14 · Section 6 · § 6 · In force since 2007-05-01

Source
1.

When a guardian is incompetent to exercise guardianship on one of the grounds mentioned in Article 246 of this Book, the court shall discharge him and replace him with another guardian.

2.

It shall do so upon the petition of the guardian, blood relatives or relatives by marriage of the minor, the Child Care and Protection Board (Raad voor de Kinderbescherming), creditors or other interested parties, or of its own motion (ambtshalve).

3.

If, in the case of joint exercise of guardianship, one of the grounds mentioned in the first paragraph occurs in respect of one of the two guardians, the other guardian shall exercise authority over the children alone.

4.

As soon as the ground for the lack of authority has ceased to exist, the joint guardianship shall revive.

1.

Wanneer een voogd op een der in artikel 246 van dit boek genoemde gronden onbevoegd is tot de voogdij, ontslaat de rechtbank hem en vervangt hem door een andere voogd.

2.

Zij doet dit op verzoek van de voogd, bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de raad voor de kinderbescherming, schuldeisers of andere belanghebbenden, of ambtshalve.

3.

Indien in geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de in het eerste lid genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van een van beide voogden, oefent de andere voogd het gezag over de kinderen alleen uit.

4.

Zodra de grond van de onbevoegdheid is vervallen, herleeft de gezamenlijke voogdij.