Article 1:322
in forceCustody of minor children · Guardianship (voogdij) · § Discharge from guardianship
Every guardian may have himself discharged from his office, if:
he demonstrates that, as a result of a mental or physical defect that has arisen since the commencement of his duties, he is no longer able to perform them;
he has reached the pensionable age referred to in Article 7a, paragraph 1, of the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet);
a person authorised to do so has declared in writing their willingness to take over the guardianship, and the court considers this takeover to be in the interests of the minors.
In the event of joint exercise of guardianship, the first paragraph shall only apply if both guardians wish to be discharged from their duties.
Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
hij aantoont dat hij ten gevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.