Article 3.23
in forceMISCELLANEOUS PROVISIONS
Any interested party, including the Public Prosecution Service, may invoke the nullity of the registration of a design or model if:
the design or model is not a design or model within the meaning of Article 3.1, paragraphs 2 and 3;
the design or model does not satisfy the requirements set out in Article 3.1, paragraph 1, and Articles 3.3 and 3.4;
the design or the model falls under the application of Article 3.2;
no right to a design or model is obtained by that registration pursuant to Article 3.6, sub e or f.
Only the depositor or holder of an exclusive right to a design or model resulting from the registration of a Community design, a Benelux registration, or an international deposit, may invoke the invalidity of the registration of a later deposit of a design or model that conflicts with his right, if, pursuant to Article 3.6, sub a, no right to the design or model is obtained by the registration.
Only the holder of an earlier trademark right or the holder of an earlier copyright may invoke the invalidity of the registration of the Benelux filing or the rights resulting from the international filing for the Benelux territory for that design or model, if, pursuant to Article 3.6, sub b, or sub c, respectively, no right to the design or model is obtained.
Only the interested party may invoke the nullity of the registration of the design or model if, pursuant to Article 3.6, sub d, no right to the design or model is obtained.
Only the designer of a design or model as referred to in Article 3.7, paragraph 1, may, under the conditions mentioned in that article, invoke the nullity of the registration of a filing of the design or model which has been effected by a third party without his consent.
The registration of the deposit of a design or model may also be declared void after expiry or renunciation.
If the proceedings for annulment are instituted by the Public Prosecution Service, only the court in Brussels, The Hague, or Luxembourg shall have jurisdiction. The institution of proceedings by the Public Prosecution Service shall stay any other proceedings instituted on the same grounds.
Iedere belanghebbende met inbegrip van het Openbaar Ministerie kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een tekening of model indien:
de tekening of het model geen tekening of model is in de zin van artikel 3.1, lid 2 en 3;
de tekening of het model niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3.1, lid 1, en de artikelen 3.3 en 3.4;
de tekening of het model onder de toepassing van artikel 3.2 valt;
door die inschrijving krachtens artikel 3.6, sub e of f, geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
Enkel de deposant of houder van een uitsluitend recht op een tekening of model dat voortvloeit uit een inschrijving van een Gemeenschapsmodel, een Benelux-inschrijving, of een internationaal depot, kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een met zijn recht strijdig jonger depot van een tekening of model, indien krachtens artikel 3.6, sub a, door de inschrijving geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
Enkel de houder van een ouder merkrecht of de houder van een ouder auteursrecht kan de nietigheid van de inschrijving van het Benelux-depot of de voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die tekening of dat model voortvloeiende rechten inroepen, indien krachtens artikel 3.6, sub b, respectievelijk sub c, geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
Enkel de belanghebbende kan de nietigheid van de inschrijving van de tekening of het model inroepen, indien krachtens artikel 3.6, sub d, geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
Enkel de ontwerper van een tekening of model als bedoeld in artikel 3.7, lid 1, kan onder de voorwaarden genoemd in dat artikel de nietigheid inroepen van de inschrijving van een depot van de tekening of het model, dat zonder zijn toestemming is verricht door een derde.
De inschrijving van het depot van een tekening of model kan ook na verval of afstand nietig worden verklaard.
Wordt het geding tot nietigverklaring door het Openbaar Ministerie aanhangig gemaakt, dan zijn alleen de rechter te Brussel, te 's-Gravenhage of te Luxemburg bevoegd. Het aanhangig maken van het geding door het Openbaar Ministerie schorst ieder ander op dezelfde grondslag ingesteld geding.