Dutch Legislation

Article 311

in force

SPECIAL SCHEMES

Directive 2006/112/EC — common system of VAT · Chapter 12 · In force since None

Source

1. For the purposes of this Chapter, and without prejudice to other Community provisions, the following definitions shall apply:

(1) ‘second-hand goods’ means movable tangible property that is suitable for further use as it is or after repair, other than works of art, collectors' items or antiques and other than precious metals or precious stones as defined by the Member States;

(2) ‘works of art’ means the objects listed in Annex IX, Part A;

(3) ‘collectors' items’ means the objects listed in Annex IX, Part B;

(4) ‘antiques’ means the objects listed in Annex IX, Part C;

(5) ‘taxable dealer’ means any taxable person who, in the course of his economic activity and with a view to resale, purchases, or applies for the purposes of his business, or imports, second-hand goods, works of art, collectors' items or antiques, whether that taxable person is acting for himself or on behalf of another person pursuant to a contract under which commission is payable on purchase or sale;

(6) ‘organiser of a sale by public auction’ means any taxable person who, in the course of his economic activity, offers goods for sale by public auction with a view to handing them over to the highest bidder;

(7) ‘principal of an organiser of a sale by public auction’ means any person who transmits goods to an organiser of a sale by public auction pursuant to a contract under which commission is payable on a sale.

2. Member States need not regard as works of art the objects listed in points (5), (6) or (7) of Annex IX, Part A.

3. The contract under which commission is payable on a sale, referred to in point (7) of paragraph 1, must provide that the organiser of the sale is to put up the goods for public auction in his own name but on behalf of his principal and that he is to hand over the goods, in his own name but on behalf of his principal, to the highest bidder at the public auction.

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, en onverminderd andere communautaire bepalingen, wordt verstaan onder:

1) „gebruikte goederen”: roerende lichamelijke zaken die in de staat waarin zij verkeren of na herstelling opnieuw kunnen worden gebruikt, andere dan kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, en andere dan edele metalen of edelstenen als omschreven door de lidstaten;

2) „kunstvoorwerpen”: de in bijlage IX, deel A, genoemde goederen;

3) „voorwerpen voor verzamelingen”: de in bijlage IX, deel B, genoemde goederen;

4) „antiquiteiten”: de in bijlage IX, deel C, genoemde goederen;

5) „belastingplichtige wederverkoper”: elke belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten koopt, voor bedrijfsdoeleinden bestemt dan wel invoert met het oog op wederverkoop, ongeacht of deze belastingplichtige handelt voor eigen rekening dan wel, ingevolge een overeenkomst tot aan- of verkoop in commissie, voor rekening van een derde;

6) „organisator van een openbare veiling”: elke belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit op een openbare veiling een goed aanbiedt voor overdracht aan de meestbiedende;

7) „opdrachtgever van een organisator van een openbare veiling”: elke persoon die een goed overdraagt aan een organisator van een openbare veiling ingevolge een overeenkomst tot verkoop in commissie.

2. De lidstaten behoeven de in bijlage IX, deel A, punten 5, 6 en 7, genoemde voorwerpen niet als kunstvoorwerpen te beschouwen.

3. De in lid 1, punt 7), bedoelde overeenkomst tot verkoop in commissie moet bepalen dat de organisator het goed in eigen naam, maar voor rekening van zijn opdrachtgever, in openbare veiling brengt en het goed in eigen naam, maar voor rekening van zijn opdrachtgever, overdraagt aan de meestbiedende aan wie het goed tijdens de openbare verkoping wordt gegund.