Article 30
in forceSUPERVISION AND USE OF FORCE
The head of the institution is authorised to use force against a patient or to apply measures restricting liberty, insofar as this is necessary for the purpose of one of the following interests:
the maintenance of order or safety within the institution;
the execution of a decision taken by or pursuant to this Act;
the prevention of the removal of a person under care from the supervision exercised over him;
the execution of a decision taken by the public prosecutor or the examining magistrate pursuant to the Code of Criminal Procedure or the DNA Testing of Convicted Persons Act.
The head of the institution is authorised to use force or apply restrictive measures against a person placed at the disposal of the government (ter beschikking gestelde) for the purpose of an interest as referred to in the first paragraph, under b or c.
Our Minister is authorised to use force against a person in care or to apply measures restricting their liberty for the purpose of one of the following interests:
the execution of a decision taken by him;
the prevention of the person under care from evading the supervision exercised over him.
The use of force shall, where possible, be preceded by a warning. The person who has used force shall immediately draw up a written report thereof and shall immediately submit this report to the head of the institution.
Our Minister shall lay down further rules regarding the use of force and the application of measures restricting liberty.
Het hoofd van de instelling is bevoegd jegens een verpleegde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op één van de volgende belangen:
de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling;
de uitvoering van een bij of krachtens deze wet genomen beslissing;
de voorkoming van de onttrekking van een verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht;
de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden door de officier van justitie of de rechter-commissaris genomen beslissing.
Het hoofd van de instelling is bevoegd jegens een ter beschikking gestelde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een belang als bedoeld in het eerste lid, onder b of c.
Onze Minister is bevoegd jegens een verpleegde geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen:
de uitvoering van een door hem genomen beslissing;
de voorkoming van het zich onttrekken van de verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht.
Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan het hoofd van de instelling toekomen.
Onze Minister stelt nadere regels omtrent het gebruik van geweld en de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen.