Article 29
in forceSUPERVISION AND USE OF FORCE
The head of the institution is authorised to examine the personal living quarters of a patient for the presence of objects which they are not permitted to possess.
if this investigation takes place within the framework of general supervision regarding the presence of prohibited items in the personal living quarters of persons under care;
if this is otherwise necessary with a view to an interest as referred to in Article 23, paragraph 1.
Article 23, paragraph 5, first and last sentence, shall apply mutatis mutandis.
The head of the institution is authorised to examine the personal living quarters of a person in care for the presence of objects on which cellular material of the person in care is presumed to be present, and to seize these objects, if the public prosecutor has given him an order to seize these objects pursuant to Article 6, paragraph 1, of the DNA Testing of Convicted Persons Act (Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden).
Het hoofd van de instelling is bevoegd de persoonlijke verblijfsruimte van een verpleegde op de aanwezigheid van voorwerpen, die niet in zijn bezit mogen zijn, te onderzoeken:
indien dit onderzoek plaatsvindt in het kader van het algemeen toezicht op de aanwezigheid van verboden voorwerpen in de persoonlijke verblijfsruimten van verpleegden;
indien dit anderszins noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 23, eerste lid.
Artikel 23, vijfde lid, eerste en laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Het hoofd van de instelling is bevoegd de persoonlijke verblijfsruimte van een verpleegde te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen waarop vermoedelijk celmateriaal van de verpleegde aanwezig is en deze voorwerpen in beslag te nemen, indien de officier van justitie hem op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een opdracht tot het in beslag nemen van deze voorwerpen heeft gegeven.