Article 15
in forceProcedure bij uitvoering door Dienst Toeslagen
An application for an allowance with respect to a calculation year may be submitted to the Benefits Agency (Dienst Toeslagen) up to and including 31 December of the year following the calculation year. If the interested party or their spouse has been invited to file an income tax return for the calculation year before the date mentioned in the first sentence, within a period that expires after that date, the period referred to in that sentence shall be extended to the last day of the period set by the inspector for the filing of that return. The second sentence shall apply mutatis mutandis in the event that a co-occupant has been invited to file an income tax return and the application relates to an allowance based on an income-dependent scheme which stipulates that, in addition to the financial capacity of the interested party and their spouse, the financial capacity of co-occupants is also relevant for the assessment of the entitlement to or the determination of the amount of the allowance. If more than one of the persons referred to in the second and third sentences has been invited to file an income tax return, the application of those sentences shall be based on the return for which the filing period expires last.
The interested party is obliged to provide the information required for the decision on the application clearly, definitively, and without reservation.
If the interested party has a partner, the petition shall be co-signed by the partner.
If an income-dependent scheme stipulates that, in addition to the financial capacity of the interested party and their partner, the financial capacity of co-residents is also relevant for the assessment of the entitlement to or the determination of the amount of an allowance, the application shall be co-signed by the co-residents.
A petition shall be deemed to have also been made for the calculation years following the calculation year.
If the Benefits Agency (Dienst Toeslagen) is of the opinion that the application of the fifth paragraph may be terminated, it shall notify the interested party thereof in writing.
The Benefits Agency (Dienst Toeslagen) may, on its own initiative, send an application form to a person who is presumed to be eligible for an allowance. On that form, the data that may be relevant for the assessment of the entitlement or the determination of the amount of the allowance may be stated for the interested party and their spouse or registered partner who is not living in a state of legal separation (scheiding van tafel en bed).
In cases to be determined by order in council, the entry of data referred to in the seventh paragraph may also take place for the partner who is not the partner referred to in that paragraph. The recommendation for an order in council to be established pursuant to the first sentence shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both houses of the States General.
The interested party or the partner who does not derive taxable income in the Netherlands is obliged to provide the inspector with a statement of that income. With regard to that statement, the General Law on State Taxes (Algemene wet inzake rijksbelastingen), with the exception of Chapter VIIIA, shall apply as if it were an income tax return.
If an income-dependent scheme provides that, in addition to the financial capacity of the interested party and their partner, the financial capacity of co-residents is also relevant for the assessment of the entitlement to, or for the determination of the amount of, a benefit, the ninth paragraph shall apply mutatis mutandis with respect to the co-resident who does not derive taxable income in the Netherlands.
If the interested party, their partner, or a co-occupant derives income in the calculation year as a domestic taxpayer for income tax purposes in respect of which there is an entitlement to a reduction of the income tax due on the basis of regulations for the prevention of double taxation, the application shall, in respect of the person who derives that income, also be regarded, insofar as necessary, as a petition to be invited to file an income tax return as referred to in Article 6, paragraph 2, of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen).
Een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot een berekeningsjaar kan tot en met 31 december van het jaar volgend op het berekeningsjaar worden ingediend bij de Dienst Toeslagen. Indien de belanghebbende of diens partner voor de in de eerste volzin genoemde datum is uitgenodigd om over het berekeningsjaar aangifte inkomstenbelasting te doen binnen een termijn die na die datum verloopt, wordt de in die volzin bedoelde termijn verlengd tot de laatste dag van de door de inspecteur voor het indienen van die aangifte gestelde termijn. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval een medebewoner is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen en de aanvraag betrekking heeft op een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling waarin is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming. Indien meer dan een van de personen, bedoeld in de tweede en derde volzin, is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen, wordt voor de toepassing van die volzinnen uitgegaan van de aangifte waarvan de indieningstermijn het laatst verloopt.
De belanghebbende is gehouden de voor de beslissing op de aanvraag benodigde informatie duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te verstrekken.
Indien de belanghebbende een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.
Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, wordt de aanvraag mede ondertekend door de medebewoners.
Een aanvraag wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren.
Indien de Dienst Toeslagen van oordeel is dat toepassing van het vijfde lid kan worden beëindigd, deelt hij dit de belanghebbende schriftelijk mee.
De Dienst Toeslagen kan op eigen initiatief een aanvraagformulier toezenden aan degene die vermoedelijk voor een tegemoetkoming in aanmerking komt. Op dat formulier kunnen voor de belanghebbende en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerde partner de gegevens worden vermeld die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming.
In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen kan de in het zevende lid bedoelde vermelding van gegevens ook plaatsvinden voor de partner die niet is de in dat lid bedoelde partner. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
De belanghebbende of de partner die niet in Nederland belastbaar inkomen geniet, is gehouden aan de inspecteur een opgaaf te verstrekken van dat inkomen. Ter zake van die opgaaf is de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van Hoofdstuk VIIIA, van toepassing, als ware het een aangifte inkomstenbelasting.
Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of voor de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, is het negende lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de medebewoner die niet in Nederland belastbaar inkomen geniet.
Indien de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner in het berekeningsjaar als binnenlands belastingplichtige voor de inkomstenbelasting inkomen geniet ter zake waarvan recht bestaat op een vermindering van de verschuldigde inkomstenbelasting op grond van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, wordt ten aanzien van degene die dat inkomen geniet de aanvraag voor zoveel nodig tevens aangemerkt als een verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.