Dutch Legislation

Article 9

in force

Algemene bepalingen

Income-Dependent Schemes Act (Awir) · Chapter 1 · In force since 2022-01-01

Source
1.

If a benefit has been granted to an alien during a lawful residence as referred to in Article 8, parts (a) through (e) and (l), of the Aliens Act 2000, the circumstance that he holds lawful residence within the meaning of Article 8, part (g) or (h), of that Act immediately following this residence shall not result in him losing his entitlement to the same benefit during the period of the latter residence.

2.

In the event that the partner of the interested party is a foreign national who does not hold lawful residence within the meaning of Article 8 of the Aliens Act 2000 (Vreemdelingenwet 2000), the interested party has no entitlement to a financial allowance.

3.

If an income-dependent scheme provides that, in addition to the financial capacity of the interested party and their spouse, the financial capacity of co-residents is also relevant for the assessment of the entitlement to or the determination of the amount of a benefit, the interested party shall have no entitlement to a benefit in the event that a co-resident of eighteen years or older is an alien who does not hold lawful residence within the meaning of Article 8 of the Aliens Act 2000.

1.

Indien aan een vreemdeling tijdens een rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e, en l, van de Vreemdelingenwet 2000 een tegemoetkoming is toegekend, heeft de omstandigheid dat hij aansluitend aan dit verblijf rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van die wet niet tot gevolg dat hij daardoor zijn aanspraak verliest op eenzelfde tegemoetkoming gedurende de periode van laatstgenoemd verblijf.

2.

Ingeval de partner van de belanghebbende een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, heeft de belanghebbende geen aanspraak op een tegemoetkoming.

3.

Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, heeft de belanghebbende geen aanspraak op een tegemoetkoming ingeval een medebewoner van achttien jaar of ouder een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.