Dutch Legislation

Article 3:18

in force

General provisions on decisions · Uniform public preparatory procedure

General Administrative Law Act (Awb) · Chapter 3 · Section 3.4 · In force since 2005-07-01

Source
1.

If it concerns a decision upon application, the administrative authority shall take the decision as soon as possible, but no later than six months after receipt of the application.

2.

If the application concerns a highly complex or controversial subject, the administrative authority may, before making a draft available for inspection, within eight weeks after receipt of the application, extend the time limit referred to in the first paragraph by a reasonable period. Before the administrative authority takes a decision to extend, it shall provide the applicant with the opportunity to put forward his views thereon.

3.

Notwithstanding paragraph 1, the administrative authority shall take the decision no later than twelve weeks after the draft has been made available for inspection, if it concerns a decision:

a.

concerning the revocation of a decision;

b.

concerning the amendment of a decision and the application has been made by a person other than the person to whom the decision to be amended is addressed.

4.

If no views have been put forward, the administrative authority shall give notice thereof as soon as possible after the time limit for putting forward views has expired, in the manner referred to in Article 3:12, paragraphs 1 and 2. Notwithstanding the first or third paragraph, the administrative authority shall in that case take the decision within four weeks after the time limit for putting forward views has expired.

1.

Indien het een besluit op aanvraag betreft, neemt het bestuursorgaan het besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

2.

Indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het bestuursorgaan, alvorens een ontwerp ter inzage te leggen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen. Voordat het bestuursorgaan een besluit tot verlenging neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.

3.

In afwijking van het eerste lid neemt het bestuursorgaan het besluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, indien het een besluit betreft:

a.

inzake intrekking van een besluit;

b.

inzake wijziging van een besluit en de aanvraag is gedaan door een ander dan degene tot wie het te wijzigen besluit is gericht.

4.

Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, mededeling op de wijze, bedoeld in artikel 3:12, eerste en tweede lid. In afwijking van het eerste of derde lid neemt het bestuursorgaan het besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.