Article 28
in forceThe exercise and enforcement of copyright and provisions of criminal law
Copyright grants the entitled party the authority to claim, as their property, movable objects that are not registered property and that have been made public in violation of that right, or that constitute an unlawful reproduction, or that are materials or implements used primarily in the creation or manufacture of these objects, or to demand their withdrawal from circulation, destruction, or rendering unusable. In order to proceed with destruction or rendering unusable, the entitled party may demand the surrender of these objects.
Equal authority to claim exists:
with regard to the amount of the entrance fees paid for attending a lecture, a performance or execution, or an exhibition or presentation, by which an infringement of copyright is committed;
with respect to other monies for which it is plausible that they have been obtained by or as a result of an infringement of copyright.
The provisions of the Code of Civil Procedure regarding the attachment and execution for the delivery of movable property that are not registered property apply. In the event of concurrence with another attachment, the party who has levied an attachment pursuant to this article shall have priority.
The measures referred to in the first paragraph shall be executed at the expense of the defendant, unless special reasons prevent this.
With regard to immovable property, ships or aircraft, by which an infringement of a copyright is made, the court may, upon the claim of the entitled party, order that the defendant shall make such alterations therein that the infringement is terminated.
Unless otherwise agreed, the licensee has the right to exercise the powers resulting from the first through fifth paragraphs, insofar as these serve to protect the rights the exercise of which has been permitted to him.
Equal authority as referred to in the first paragraph exists with regard to the facilities, products and components as referred to in Article 29a, as well as the reproductions of works as referred to in Article 29b, which are not registered property.
In assessing the measures that the rightsholder or their licensee may claim pursuant to the powers referred to in the first, second and seventh paragraphs, the court shall take into account the necessary proportionality between the seriousness of the infringement and the measures claimed, as well as the interests of third parties.
The court may, upon the claim of the right holder, order the person who has infringed upon their right to disclose to the right holder all information known to them regarding the origin and distribution channels of the goods or services that infringe upon the right, and to provide all data relating thereto. Under the same conditions, this order may be issued to a third party who possesses or uses infringing goods on a commercial scale, who provides services used in the infringement on a commercial scale, or who has been identified by one of these third parties as being involved in the production, manufacture, or distribution of these goods or in the provision of these services. This third party may excuse themselves from providing information that would constitute evidence of participation in an infringement of an intellectual property right by themselves or by the other persons referred to in Article 165, paragraph 3, of the Code of Civil Procedure.
The court may, upon the claim of the entitled party, order that appropriate measures be taken at the expense of the person who has infringed upon their copyright to disseminate information regarding the judgment.
Het auteursrecht geeft aan de gerechtigde de bevoegdheid om roerende zaken, die geen registergoederen zijn en die in strijd met dat recht zijn openbaar gemaakt of een niet geoorloofde verveelvoudiging vormen of die materialen of werktuigen zijn die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van deze zaken zijn gebruikt, als zijn eigendom op te eisen dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Teneinde tot vernietiging of onbruikbaarmaking over te gaan, kan de gerechtigde de afgifte van deze zaken vorderen.
Gelijke bevoegdheid tot opeising bestaat:
ten aanzien van het bedrag van de toegangsgelden betaald voor het bijwonen van een voordracht, een op- of uitvoering of een tentoonstelling of voorstelling, waardoor inbreuk op het auteursrecht wordt gemaakt;
ten aanzien van andere gelden waarvan aannemelijk is dat zij zijn verkregen door of als gevolg van inbreuk op het auteursrecht.
De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken die geen registergoederen zijn, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander beslag gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden op kosten van de verweerder uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
Ten aanzien van onroerende zaken, schepen of luchtvaartuigen, waardoor inbreuk op een auteursrecht wordt gemaakt, kan de rechter op vordering van de gerechtigde gelasten dat de verweerder daarin zodanige wijziging zal aanbrengen dat de inbreuk wordt opgeheven.
Tenzij anders is overeengekomen, heeft de licentienemer het recht de uit het eerste tot en met vijfde lid voortvloeiende bevoegdheden uit te oefenen, voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan de uitoefening hem is toegestaan.
Gelijke bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid bestaat ten aanzien van de inrichtingen, producten en onderdelen als bedoeld in artikel 29a alsmede de reproducties van werken als bedoeld in artikel 29b, die geen registergoederen zijn.
Bij de beoordeling van de maatregelen die de gerechtigde of diens licentienemer kan vorderen ingevolge de bevoegdheden, genoemd in het eerste, tweede en zevende lid, houdt de rechter rekening met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen en met de belangen van derden.
De rechter kan op vordering van de gerechtigde degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken, aan de gerechtigde mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde personen.
De rechter kan op vordering van de gerechtigde gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens auteursrecht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.