Article 12
in forceGeneral provisions · § Public disclosure
The disclosure of a work of literature, science or art shall also be understood to include:
the disclosure of a reproduction of the whole or a part of the work;
the dissemination of the whole or a part of the work or of a reproduction thereof, as long as it has not appeared in print;
the renting or lending of the whole or a part of a copy of the work, with the exception of architectural works and works of applied art, or of a reproduction thereof which has been put into circulation by the rightholder or with his consent;
the recitation, performance, or public presentation of the whole or a part of the work or of a reproduction thereof;
the broadcasting of a work recorded in a radio or television programme by means of a satellite or another transmitter or a broadcasting network as referred to in Article 1.1 of the Media Act 2008;
the making available by means of transmission of a work via cable or by other means;
the making available to the public of the work, by wire or wireless means, in such a way that members of the public may access the work from a place and at a time individually chosen by them.
For the purposes of the first paragraph, under 3°, 'letting' (verhuren) shall be understood to mean making available for use for a limited period of time and in return for a direct or indirect economic or commercial benefit.
For the purposes of the first paragraph, under 3°, lending shall be understood to mean making available for use, for a limited period of time and without direct or indirect economic or commercial advantage, by institutions accessible to the public.
A public recitation, performance, or presentation shall also include those held in a private circle, unless these are limited to the circle of family, friends, or a circle comparable thereto, and no payment, in any form whatsoever, is made for access to the recitation, performance, or presentation. The same applies to an exhibition.
A public recitation, performance, or presentation shall not include those which serve exclusively for education provided by or on behalf of the government or a legal entity without a profit motive, insofar as the recitation, performance, or presentation forms part of the school curriculum or syllabus, where applicable, or for a scientific purpose. The first sentence shall also apply to digital use for the purpose of illustration in the aforementioned education that takes place under the responsibility of an educational institution by means of a secure electronic environment that is accessible only to the pupils or students and the teaching staff of the educational institution, provided that:
the use takes place simultaneously with the recitation, performance, or presentation;
the use, including the acts of reproduction necessary for the communication to the public, is justified by the non-commercial purpose to be achieved; and
the source, including the name of the author, shall be indicated, unless this proves to be impossible.
The simultaneous transmission of a work included in a radio or television programme by the same organisation that originally broadcasts that programme shall not be considered a separate communication to the public.
The broadcasting of a work included in a radio or television programme by means of a satellite shall be understood to mean the act whereby, under the control and responsibility of the broadcasting organisation, the programme-carrying signals intended for reception by the public are introduced into an uninterrupted chain of communication leading to the satellite and down towards the earth. Where the programme-carrying signals are transmitted in encrypted form, the broadcasting of a work included in a radio or television programme by means of a satellite shall be deemed to occur if the means for decrypting the broadcast are made available to the public by or with the consent of the broadcasting organisation.
Cable retransmission of a work shall be understood to mean the simultaneous, unaltered and unabridged retransmission, by means of a cable or microwave system, to the public, of an initial broadcast, whether or not by wire or over the air, including by satellite, of a work incorporated in a radio or television programme intended for reception by the public, regardless of the manner in which the person providing the retransmission obtains the programme-carrying signals from the broadcasting organisation for the purpose of the retransmission.
For the purposes of this Act, the retransmission of a work by other means shall be understood to mean the simultaneous, unaltered and unabridged retransmission, other than the retransmission by cable referred to in the eighth paragraph, of an initial broadcast, by wire or over the air, including satellite broadcast, with the exception of an online broadcast, of a work included in a radio or television programme, which is intended for the public, regardless of the manner in which the person providing the retransmission obtains the programme-carrying signals from the broadcasting organisation for the purpose of the retransmission. If an internet access service as referred to in Regulation (EU) 2015/2120 of the European Parliament and of the Council of 25 November 2015 laying down measures concerning open internet access and amending Directive 2002/22/EC on universal service and users’ rights relating to electronic communications networks and services and Regulation (EU) No 531/2012 on roaming on public mobile communications networks within the Union (OJ EU 2015, L 310) provides the retransmission, the retransmission of a work by other means shall only be deemed to exist if it concerns a secured retransmission that takes place to authorised users.
Onder de openbaarmaking van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt mede verstaan:
de openbaarmaking van eene verveelvoudiging van het geheel of een gedeelte van het werk;
de verbreiding van het geheel of een gedeelte van het werk of van eene verveelvoudiging daarvan, zoolang het niet in druk verschenen is;
het verhuren of uitlenen van het geheel of een gedeelte van een exemplaar van het werk met uitzondering van bouwwerken en werken van toegepaste kunst, of van een verveelvoudiging daarvan die door de rechthebbende of met zijn toestemming in het verkeer is gebracht;
de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar van het geheel of een gedeelte van het werk of van eene verveelvoudiging daarvan;
het uitzenden van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door middel van een satelliet of een andere zender of een omroepnetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;
de openbaarmaking door middel van doorgifte van een werk via de kabel of langs andere weg;
de beschikbaarstelling voor het publiek van het werk, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen gekozen individuele plaats en tijd toegang hebben tot het werk.
Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid, onder 3°, wordt verstaan het voor een beperkte tijd en tegen een direct of indirect economisch of commercieel voordeel voor gebruik ter beschikking stellen.
Onder uitlenen als bedoeld in het eerste lid, onder 3°, wordt verstaan het voor een beperkte tijd en zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel voor gebruik ter beschikking stellen door voor het publiek toegankelijke instellingen.
Onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt mede begrepen die in besloten kring, tenzij deze zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, en voor de toegang tot de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt. Hetzelfde geldt voor een tentoonstelling.
Onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt niet begrepen die welke uitsluitend dient tot het onderwijs dat vanwege de overheid of vanwege een rechtspersoon zonder winstoogmerk wordt gegeven, voor zover de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling deel uitmaakt van het schoolwerkplan of leerplan voor zover van toepassing, of tot een wetenschappelijk doel. De eerste volzin is mede van toepassing op het digitale gebruik ter toelichting bij het vorenbedoeld onderwijs dat plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een onderwijsinstelling door middel van een beveiligde elektronische omgeving die alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling, mits:
het gebruik gelijktijdig met de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling plaatsvindt;
het gebruik, met inbegrip van de handelingen tot reproductie die voor de openbaarmaking noodzakelijk zijn, wordt gerechtvaardigd voor het te bereiken niet-commerciële doel; en
de bron, waaronder de naam van de maker, wordt vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt.
Als afzonderlijke openbaarmaking wordt niet beschouwd de gelijktijdige uitzending van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door hetzelfde organisme dat dat programma oorspronkelijk uitzendt.
Onder het uitzenden van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door middel van een satelliet wordt verstaan de handeling waarbij de programmadragende signalen voor ontvangst door het publiek onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde voert. Indien de programmadragende signalen in gecodeerde vorm worden uitgezonden, is er sprake van het uitzenden van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door middel van een satelliet, indien de middelen voor het decoderen van de uitzending door of met toestemming van de omroeporganisatie ter beschikking van het publiek worden gesteld.
Onder de doorgifte van een werk via de kabel wordt verstaan de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, door middel van een kabel- of microgolfsysteem, aan het publiek, van een oorspronkelijke uitzending, al dan niet via de ether, ook per satelliet, van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk die voor ontvangst door het publiek bestemd is, ongeacht de wijze waarop degene die de doorgifte verzorgt de programmadragende signalen van de omroeporganisatie ten behoeve van de doorgifte verkrijgt.
Onder de doorgifte van een werk langs andere weg wordt verstaan de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, anders dan de doorgifte via de kabel, bedoeld in het achtste lid, van een oorspronkelijke uitzending, per draad of via de ether, met inbegrip van satellietuitzending, met uitzondering van een online uitzending, van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk, die voor het publiek bestemd is, ongeacht de wijze waarop degene die de doorgifte verzorgt de programmadragende signalen van de omroeporganisatie ten behoeve van de doorgifte verkrijgt. Indien een internettoegangsdienst als bedoeld in Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobiele communicatienetwerken binnen de Unie (PbEU 2015, L 310) de doorgifte verzorgt, is alleen sprake van de doorgifte van een werk langs andere weg als het een beveiligde doorgifte betreft die geschiedt aan daartoe geautoriseerde gebruikers.