Article 5:5
in forceWorking and rest hours · § Working hours and rest periods
The employer shall organise the work in such a manner that the young employee has an uninterrupted rest period of at least 36 hours in every consecutive period of 7 times 24 hours.
The employer shall organise the work in such a manner that the employee of 18 years of age or older has a continuous rest period of at least:
36 hours in each consecutive period of 7 times 24 hours, or
72 hours in every consecutive period of 14 times 24 hours, which rest period may be split into uninterrupted rest periods of at least 32 hours each.
The period referred to in the first or second paragraph shall commence at the first moment of the day on which the employee performs work.
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de jeugdige werknemer een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren.
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer van 18 jaar of ouder een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste:
36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, of
72 uren in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, welke rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren.
De in het eerste of tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer arbeid verricht.