Article 4:5
in forceGeneral obligations · § Female employees
The work of a pregnant employee shall be organised in such a way that her specific circumstances are taken into account. The employer shall, subject to the second through fifth paragraphs, comply with the obligation arising for him from the first sentence within a reasonable period after a petition (application) to that effect has been made by the pregnant employee. Upon such petition (application), a written statement from a medical practitioner or a midwife showing that the employee concerned is pregnant shall be submitted upon request.
The pregnant employee has the right to alternate work with one or more breaks other than those referred to in Article 5:4 or the breaks prescribed by or pursuant to Article 5:12. These additional break or breaks shall collectively amount to a maximum of one-eighth of the working time applicable to her per shift. The breaks referred to in the preceding sentence shall be considered working time for the purposes of this Act and the provisions based thereon.
The pregnant employee has the right to perform work in a stable and regular pattern of working and rest hours.
The pregnant employee of 18 years of age or older cannot be required to perform more work than:
10 hours per shift;
an average of 50 hours per week in each period of 4 consecutive weeks, and
an average of 45 hours per week in each period of 16 consecutive weeks.
The pregnant employee cannot be required to perform work in night shifts, unless the employer demonstrates that this cannot reasonably be demanded of him.
The employer shall enable the pregnant employee to undergo the necessary pregnancy examinations. She shall retain her entitlement to the wage established for a period of time if she has been prevented from performing her work due to the pregnancy examination referred to.
Any clause deviating from the first through sixth paragraphs to the detriment of the pregnant employee is void.
De arbeid van een zwangere werknemer wordt zodanig ingericht, dat rekening wordt gehouden met haar specifieke omstandigheden. De werkgever voldoet, met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid, aan de voor hem uit de eerste volzin voortvloeiende verplichting binnen een redelijke termijn nadat een verzoek daartoe door de zwangere werknemer is gedaan. Bij dit verzoek wordt desgevraagd een schriftelijke verklaring overgelegd van een geneeskundige of een verloskundige waaruit blijkt, dat de betrokken werknemer zwanger is.
De zwangere werknemer heeft het recht de arbeid af te wisselen met één of meer pauzes buiten die bedoeld in artikel 5:4 of de bij of krachtens artikel 5:12 voorgeschreven pauzes. Deze extra pauze onderscheidenlijk pauzes bedragen tezamen ten hoogste één achtste deel van de voor haar geldende arbeidstijd per dienst. De in de vorige volzin bedoelde pauzes gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd.
De zwangere werknemer heeft het recht arbeid te verrichten in een bestendig en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon.
De zwangere werknemer van 18 jaar of ouder kan niet worden verplicht meer arbeid te verrichten dan:
10 uren per dienst;
gemiddeld 50 uren per week in elke periode van 4 aaneengesloten weken, en
gemiddeld 45 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken.
De zwangere werknemer kan niet verplicht worden arbeid te verrichten in nachtdienst, tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.
De werkgever stelt de zwangere werknemer in de gelegenheid de noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken te ondergaan. Zij behoudt haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon, indien zij door het bedoelde zwangerschapsonderzoek verhinderd is geweest haar arbeid te verrichten.
Elk beding waarbij ten nadele van de zwangere werknemer wordt afgeweken van het eerste tot en met zesde lid, is nietig.