Article 2:4
in forceScope of application · § Total or partial exclusion of applicability
For the purposes of this Article, "exercise" (oefening) shall mean: any practical application by defense personnel of taught skills in order to thus acquire, increase, or maintain proficiency in the performance of operational tasks assigned to the armed forces.
This Act and the provisions based thereon shall apply to work performed by defence personnel, unless such work is performed:
at the time of extraordinary circumstances, as well as in the cases mentioned in Article 71 of the Military Penal Code;
tasks assigned for the implementation of provisions laid down by or pursuant to the law, insofar as the application of this law and the provisions based thereon hinders the proper performance of such tasks;
in other cases to be determined by Our Minister of Defence in which units of the armed forces are deployed;
concerning matters directly relating to the circumstances referred to in parts a, b and c.
This Act and the provisions based thereon shall, with the exception of Section 4.3, not apply to work performed by defence personnel:
during sailing, flying and exercises;
in matters directly relating to sailing, flying and the conduct of exercises.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder oefening: elk door het defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van aan de krijgsmacht opgedragen operationele taken te verwerven, te vergroten of te onderhouden.
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel, tenzij deze arbeid wordt verricht:
ten tijde van buitengewone omstandigheden, alsmede in de gevallen genoemd in artikel 71 van het Wetboek van Militair Strafrecht;
ter uitvoering van bij wet of daarop berustende bepalingen opgedragen taken, voor zover de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen een goede taakuitoefening belemmert;
in door Onze Minister van Defensie te bepalen andere gevallen waarin onderdelen van de krijgsmacht worden ingezet;
inzake aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de omstandigheden bedoeld in de onderdelen a, b en c.
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn, met uitzondering van paragraaf 4.3, niet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel:
tijdens varen, vliegen en oefeningen;
inzake aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op het varen, het vliegen en het houden van oefeningen.