Article 9
in forceProvisions regarding customer due diligence · § Enhanced customer due diligence
Without prejudice to Article 8, paragraph 1, an institution shall perform the following enhanced customer due diligence measures with regard to transactions, business relationships and correspondent banking relationships related to states which, pursuant to Article 9 of the Fourth Anti-Money Laundering Directive, have been identified in delegated acts of the European Commission as states with a high risk of money laundering or terrorist financing:
collecting additional information regarding those clients and ultimate beneficial owners;
collecting additional information regarding the purpose and nature of that business relationship;
collecting information on the origin of the funds used in that business relationship or transaction and the source of the wealth of those clients and of those ultimate beneficial owners;
collecting information regarding the background of and the motives for the intended or executed transactions of those clients;
obtaining approval from senior management for entering into or continuing that business relationship;
performing enhanced due diligence on that business relationship with and the transactions of those clients, by increasing the number of checks and the frequency of updates of data concerning those clients and those ultimate beneficial owners, and by selecting transaction patterns that require further examination.
In addition to the first paragraph, it may be determined by ministerial regulation that an institution shall also apply one or more of the following additional risk-mitigating measures with regard to clients who carry out transactions related to states as referred to in the first paragraph:
application of additional elements of enhanced customer due diligence;
implementation of enhanced reporting mechanisms or the systematic reporting of financial transactions;
limiting those transactions, business relationships or correspondent banking relationships;
non-execution of those transactions and termination of those business relationships and correspondent banking relationships;
other measures to be designated by general administrative order
In addition to the first paragraph, one or more of the following measures may also be determined by ministerial regulation with regard to the states designated in the first paragraph:
prohibition on the establishment of subsidiaries or branches of institutions originating from those states;
prohibition of establishment for subsidiaries or branches of institutions in those states;
performing enhanced due diligence on, or applying enhanced requirements to, the execution of an external audit for subsidiaries or branches established in those states by an institution;
applying higher requirements to the performance of an external audit for groups with regard to subsidiaries or branches established in those states by an institution;
reviewing, amending or terminating business relationships and correspondent relationships in those states by banks and other financial undertakings;
other measures to be designated by Order in Council.
In the regulation referred to in the second and third paragraphs, it may be provided that institutions designated in that regulation shall perform one or more of the measures mentioned in the second and third paragraphs. In this regard, a distinction may be made according to the category of institution.
Onverminderd artikel 8, eerste lid, verricht een instelling met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme de volgende verscherpte onderzoeksmaatregelen:
verzamelen van aanvullende informatie over die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden;
verzamelen van aanvullende informatie met betrekking tot het doel en de aard van die zakelijke relatie;
verzamelen van informatie over de herkomst van de fondsen die bij die zakelijke relatie of transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van die cliënten en van die uiteindelijk belanghebbenden;
verzamelen van informatie over de achtergrond van en beweegredenen voor de voorgenomen of verrichte transacties van die cliënten;
verkrijgen van goedkeuring van het hoger leidinggevend personeel voor het aangaan of voortzetten van die zakelijke relatie;
verrichten van verscherpte controle op die zakelijke relatie met en de transacties van die cliënten, door het aantal controles en de frequentie van actualiseringen van gegevens over die cliënten en die uiteindelijk belanghebbenden te verhogen en door transactiepatronen te selecteren die nader onderzocht moeten worden.
In aanvulling op het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat een instelling tevens één of meer van de volgende aanvullende risicobeperkende maatregelen toepast met betrekking tot cliënten die transacties uitvoeren die verband houden met staten als bedoeld in het eerste lid:
toepassen van aanvullende elementen van verscherpt cliëntenonderzoek;
invoeren van verscherpte meldmechanismen of het systematisch melden van financiële transacties;
beperken van die transacties, zakelijke relaties of correspondentbankrelaties;
niet uitvoeren van die transacties en beëindiging van die zakelijke relaties en correspondentbankrelaties;
overige bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen.
In aanvulling op het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling ten aanzien van de in het eerste lid aangewezen staten tevens één of meer van de volgende maatregelen worden bepaald:
vestigingsverbod voor dochterondernemingen of bijkantoren van instellingen afkomstig uit die staten;
vestigingsverbod voor dochterondernemingen of bijkantoren van instellingen in die staten;
uitvoeren van verscherpte controle op of toepassen van verscherpte eisen aan de uitvoering van een externe audit voor in die staten gevestigde dochterondernemingen of bijkantoren door een instelling;
toepassen van hogere eisen aan de uitvoering van een externe audit voor groepen ten aanzien van in die staten gevestigde dochterondernemingen of bijkantoren door een instelling;
herzien, wijzigen of beëindigen van zakelijke relaties en correspondentrelaties in die staten door banken en andere financiële ondernemingen;
overige bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen.
In de regeling bedoeld in het tweede en derde lid, kan worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen één of meer van de maatregelen genoemd in het tweede en derde lid verrichten. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling.