Article 45
in forceProcedure · Enforcement of decisions rendered in default
A petition for the enforcement of a judicial decision rendered in default in the requesting state cannot be taken into consideration until this decision has been served in person upon the convicted person by the public prosecutor who has received the petition. Service shall not take place if the right to criminal prosecution in respect of the offence for which the decision was rendered would have become time-barred under Netherlands law, on the understanding that acts performed in the requesting state which interrupt or suspend the limitation period therein shall have the same legal effect in the Netherlands. The authorities of the state from which the petition originated shall be notified in writing of the service.
Insofar as a treaty provides for this, the convicted person may lodge an objection against a judicial decision rendered in absentia, as referred to in the previous paragraph, with the court of the district in which he has his place of residence or actually resides, within a period determined by the applicable treaty following service. If the convicted person is a person as referred to in Article 2 of the Military Criminal Justice Act, he may lodge an objection with the court that, pursuant to that Act, has jurisdiction to exercise legal authority over that person.
An objection (verzet) shall be lodged by means of a declaration to be made by the convicted person at the office of the public prosecutor at the court referred to in the previous paragraph, or by registered letter to that office, containing – on pain of inadmissibility – the statement of the place of residence or abode of the convicted person, where judicial documents may be served upon him. In the event of an objection by registered letter, the day of receipt of the letter at the office of the public prosecutor shall be deemed the day of the objection. Articles 450 and 451a of the Code of Criminal Procedure shall apply mutatis mutandis.
The public prosecutor shall hand over every timely submitted statement or received letter, as referred to in the preceding paragraph, to the clerk of the court, who shall act in accordance with the provisions of Article 451 of the Code of Criminal Procedure.
Een verzoek om tenuitvoerlegging van een in de verzoekende staat bij verstek gewezen rechterlijke beslissing kan niet in behandeling worden genomen dan nadat deze beslissing vanwege de officier van justitie, die het verzoek heeft ontvangen, aan de veroordeelde in persoon is betekend. Betekening vindt niet plaats indien het recht tot strafvervolging ter zake van het feit waarvoor de beslissing werd gewezen naar Nederlands recht zou zijn verjaard, met dien verstande, dat handelingen, verricht in de verzoekende staat, die de verjaring aldaar stuiten of schorsen, in Nederland dezelfde rechtskracht hebben. Van de betekening worden de autoriteiten van de staat, waarvan het verzoek is uitgegaan, schriftelijk in kennis gesteld.
Voor zover een verdrag daarin voorziet, kan de veroordeelde tegen een bij verstek gewezen rechterlijke beslissing, als bedoeld in het vorige lid, verzet doen bij de rechtbank van het arrondissement waarin hij zijn woonplaats heeft of daadwerkelijk verblijft, gedurende een door het toepasselijke verdrag bepaalde termijn na de betekening. Is de veroordeelde een persoon als bedoeld in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak dan kan deze verzet doen bij de rechtbank, welke ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen.
Verzet wordt gedaan door een verklaring, af te leggen door de veroordeelde op het parket van het openbaar ministerie bij de in het vorige lid bedoelde rechtbank of bij aangetekende brief aan dat parket, houdende - op straffe van niet-ontvankelijkheid - de vermelding van de woon- of verblijfplaats van de veroordeelde, alwaar gerechtelijke stukken aan hem kunnen worden uitgereikt. In geval van verzet bij aangetekende brief geldt als dag van verzet de dag van ontvangst van de brief ten parkette. De artikelen 450 en 451a van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
De officier van justitie stelt iedere tijdig afgelegde verklaring of ontvangen brief, bedoeld in het vorige lid, ter hand van de griffier, die daarmee handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 451 van het Wetboek van Strafvordering.