Article 21
in forceProcedure · Judicial proceedings
The claim referred to in Article 18 shall, if the convicted person has not yet reached the age of eighteen years at that time, be brought before the juvenile judge, unless, in the initial opinion of the public prosecutor and the juvenile judge
the case is not of a simple nature, particularly with regard to the assessment of the punishability of the act or of the convicted person under Netherlands law, or
a custodial sentence must be imposed by the court, the part of which that is still to be executed in the Netherlands exceeds a duration of six months.
If the public prosecutor submits his claim to the multi-judge chamber, the juvenile judge shall participate in the examination at the hearing.
The juvenile judge is authorised under this Act to impose a custodial sentence of more than six months, provided that the part of that sentence to be executed in the Netherlands does not exceed a duration of six months.
If the juvenile judge determines that the case must be heard by a multi-judge chamber of the court, he shall refer the case to that chamber. The case shall then be further heard by the multi-judge chamber on the basis of the existing claim. The juvenile judge shall participate in the hearing of the case.
De in artikel 18 bedoelde vordering wordt, indien de veroordeelde op dat tijdstip de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, bij de kinderrechter aanhangig gemaakt, tenzij naar het aanvankelijk oordeel van de officier van justitie en de kinderrechter
de zaak niet van eenvoudige aard is, bepaaldelijk ten aanzien van de beoordeling van de strafbaarheid van het feit of van de veroordeelde naar Nederlands recht, of
door de rechtbank een vrijheidsstraf dient te worden opgelegd waarvan het alsnog in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte de duur van zes maanden overschrijdt.
Maakt de officier van justitie zijn vordering bij de meervoudige kamer aanhangig, dan neemt de kinderrechter aan het onderzoek ter terechtzitting deel.
De kinderrechter is bevoegd ingevolge deze wet vrijheidsstraf van meer dan zes maanden op te leggen, mits het in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf de duur van zes maanden niet overschrijdt.
Indien de kinderrechter oordeelt dat de zaak door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld, verwijst hij de zaak daar heen. De zaak wordt alsdan op de bestaande vordering door de meervoudige kamer verder behandeld. De kinderrechter neemt aan het onderzoek ter terechtzitting deel.