Dutch Legislation

Article 1

in force

General provisions

Mutual Recognition of Financial Penalties Act · Chapter I · In force since 2020-12-19

Source

For the purposes of this Act, the following definitions shall apply:

a.

judicial decision: an irrevocable decision of a court regarding a criminal offence;

b.

administrative decision: an irrevocable decision of an administrative authority on account of a criminal offence or an act punishable as an offence against regulations concerning public order, insofar as an appeal against the decision to a court specifically competent in criminal matters is open;

c.

issuing Member State: Member State of the European Union in which a judicial decision or order has been rendered;

d.

enforcing Member State: Member State of the European Union to which a judicial decision or order has been or is being transmitted for the purpose of enforcement;

e.

sanction: a penalty or measure imposed by a judicial decision or order;

f.

financial sanction: sanction entailing the obligation to pay:

1°.

a fine;

2°.

a sum of money for the benefit of the victim of the criminal offence, insofar as this obligation has been imposed by the criminal court;

3°.

a sum of money for a compensation fund or institution for the benefit of victims of criminal offences, insofar as this obligation has been imposed by a judicial decision or order;

4°.

Legal costs.

g.

assets: all corporeal objects and all proprietary rights in respect of which the court of the issuing Member State has decided that they:

1°.

be the proceeds of a criminal offence or correspond to the whole or partial value of those proceeds, or

2°.

constitute an instrument for that criminal offence, or

3°.

subject to confiscation through the application, in the issuing Member State, of one of the extended confiscation powers within the meaning of Article 3(1) and (2) of Council Framework Decision 2005/212/JHA of 24 February 2005 on Confiscation of Crime-Related Proceeds, Instrumentalities and Property (OJ EU L 68 of 15 March 2005), or

4°.

liable to confiscation pursuant to other legal provisions of the issuing Member State regarding extended confiscation powers;

h.

proceeds: any economic advantage obtained from criminal offences. This may include all objects;

i.

means: all objects that have been used or are intended to be used, in any way, in whole or in part, to commit one or more criminal offences;

j.

cultural objects: cultural objects as referred to in Article 3:86a, paragraph 1, of the Civil Code;

k.

decision imposing a financial sanction: a judicial ruling or an order by which a financial sanction as referred to in point (f) of this article has been imposed;

l.

confiscation order: a judicial decision resulting in the permanent deprivation of an object;

m.

convicted person: the person upon whom a sanction has been imposed;

n.

Public Prosecutor: the Public Prosecutor competent pursuant to Articles 4 and 5;

o.

Our Minister: Our Minister of Justice and Security;

p.

Regulation 2018/1805: Regulation (EU) 2018/1805 of the European Parliament and of the Council of 14 November 2018 on the mutual recognition of freezing orders and confiscation orders (OJ EU 2018, L 303/1);

q.

confiscation order: an order as referred to in Article 2, point 2, of Regulation 2018/1805;

r.

issuing authority: the authority referred to in Article 2, point (8), subpoint (b), of Regulation 2018/1805;

s.

executing authority: the authority referred to in Article 2, point 9, of Regulation 2018/1805.

In deze wet wordt verstaan onder:

a.

rechterlijke uitspraak: een onherroepelijke beslissing van een rechter wegens een strafbaar feit;

b.

beschikking: een onherroepelijke beslissing van een bestuurlijke autoriteit wegens een strafbaar feit of een feit dat wordt bestraft als vergrijp tegen de voorschriften betreffende de orde, voor zover tegen de beslissing beroep op een met name in strafzaken bevoegde rechter is opengesteld;

c.

uitvaardigende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waarin een rechterlijke uitspraak of beschikking is gewezen;

d.

uitvoerende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waaraan een rechterlijke uitspraak of beschikking met het oog op tenuitvoerlegging is of wordt toegezonden;

e.

sanctie: een bij rechterlijke uitspraak of beschikking opgelegde straf of maatregel;

f.

geldelijke sanctie: sanctie houdende de verplichting tot betaling van:

1°.

een geldboete;

2°.

een geldbedrag ten behoeve van het slachtoffer van het strafbare feit, voor zover deze verplichting is opgelegd door de strafrechter;

3°.

een geldbedrag voor een schadefonds of instelling ten behoeve van slachtoffers van strafbare feiten voor zover deze verplichting is opgelegd bij rechterlijke uitspraak of beschikking;

4°.

proceskosten.

g.

voorwerpen: alle zaken en alle vermogensrechten ten aanzien waarvan de rechter van de uitvaardigende lidstaat heeft beslist dat zij:

1°.

de opbrengst zijn van een strafbaar feit dan wel met de gehele of gedeeltelijke waarde van die opbrengst overeenstemmen, of

2°.

een hulpmiddel voor dat strafbaar feit vormen, of

3°.

vatbaar zijn voor confiscatie door de toepassing, in de uitvaardigende lidstaat, van een van de verruimde confiscatiebevoegdheden in de zin van artikel 3, eerste en tweede lid, van het Kaderbesluit 2005/212/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen (PbEU L 68 van 15 maart 2005), of

4°.

vatbaar zijn voor confiscatie op grond van andere rechtsvoorschriften van de uitvaardigende lidstaat betreffende verruimde confiscatiebevoegdheden;

h.

opbrengst: elk economisch voordeel dat uit strafbare feiten is verkregen. Dit kunnen alle voorwerpen zijn;

i.

hulpmiddelen: alle voorwerpen die op enigerlei wijze, geheel of gedeeltelijk, zijn gebruikt of bestemd om te worden gebruikt om één of meer strafbare feiten te begaan;

j.

cultuurgoederen: cultuurgoederen als bedoeld in artikel 3:86a, eerste lid, BW;

k.

beslissing, houdende een geldelijke sanctie: een rechterlijke uitspraak of een beschikking, waarbij een geldelijke sanctie als bedoeld in onderdeel f van dit artikel is opgelegd;

l.

beslissing tot confiscatie: een rechterlijke uitspraak die leidt tot het blijvend ontnemen van een voorwerp;

m.

veroordeelde: degene aan wie een sanctie is opgelegd;

n.

officier van justitie: de ingevolge de artikelen 4 en 5 bevoegde officier van justitie;

o.

Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

p.

Verordening 2018/1805: Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1);

q.

confiscatiebevel: bevel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van Verordening 2018/1805;

r.

uitvaardigende autoriteit: autoriteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, subonderdeel b, van Verordening 2018/1805;

s.

uitvoerende autoriteit: autoriteit, bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van Verordening 2018/1805.